- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 1406–1380 BC
Conquest of Canaan
Joshua leads Israel across the Jordan into the promised land, defeating the Canaanite kingdoms one by one.
Verzen uit dit tijdvak
- Jozua 19:31ca. 1443 v.Chr.
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.
- Jozua 19:32ca. 1443 v.Chr.
Het zesde lot ging uit voor de kinderen van Nafthali, voor de kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen.
- Jozua 19:33ca. 1443 v.Chr.
En hun landpale is van Helef, van Allon tot Zaanannim, en Adami-Nekeb, en Jabneel, tot Lakkum; en haar uitgangen zijn aan de Jordaan.
- Jozua 19:34ca. 1443 v.Chr.
En deze landpale wendt zich westwaarts naar Asnoth-Thabor, en van daar gaat zij voort naar Hukkok, en zij reikt aan Zebulon tegen het zuiden, en aan Aser reikt zij tegen het westen, en aan Juda aan de Jordaan tegen den opgang der zon.
- Jozua 19:35ca. 1443 v.Chr.
De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,
- Jozua 19:36ca. 1443 v.Chr.
En Adama, en Rama, en Hazor,
- Jozua 19:37ca. 1443 v.Chr.
En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
- Jozua 19:38ca. 1443 v.Chr.
En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
- Jozua 19:39ca. 1443 v.Chr.
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.
- Jozua 19:40ca. 1443 v.Chr.
Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.
- Jozua 19:41ca. 1443 v.Chr.
En de landpale van hun erfdeel was: Zora, en Esthaol, en Ir-Semes,
- Jozua 19:42ca. 1443 v.Chr.
En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,
- Jozua 19:43ca. 1443 v.Chr.
En Elon, en Timnatha, en Ekron,
- Jozua 19:44ca. 1443 v.Chr.
En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
- Jozua 19:45ca. 1443 v.Chr.
En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,
- Jozua 19:46ca. 1443 v.Chr.
En Me-Jarkon, en Rakkon, met de landpale tegenover Jafo.
- Jozua 19:47ca. 1443 v.Chr.
Doch de landpale der kinderen van Dan was hun klein uitgekomen; daarom togen de kinderen van Dan op, en krijgden tegen Lesem, en namen haar in, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, en erfden haar, en woonden daarin; en zij noemden Lesem, Dan, naar den naam van hun vader Dan.
- Jozua 19:48ca. 1443 v.Chr.
Dit is het erfdeel van de stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.
- Jozua 19:49ca. 1443 v.Chr.
Toen zij nu geeindigd hadden het land erfelijk te delen, naar zijn landpale, zo gaven de kinderen Israels aan Jozua, den zoon van Nun, een erfdeel in het midden van hen.
- Jozua 19:50ca. 1443 v.Chr.
Naar den mond des HEEREN gaven zij hem die stad, welke hij begeerde, Thimnath-Serah, op het gebergte van Efraim; en hij bouwde die stad, en woonde in dezelve.
- Jozua 19:51ca. 1443 v.Chr.
Dit zijn de erfdelen, welke Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun, en de hoofden der vaderen van de stammen, door het lot aan de kinderen Israels erfelijk uitdeelden te Silo, voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. Aldus maakten zij een einde van het uitdelen des lands.
- Jozua 20:1ca. 1443 v.Chr.
Verder sprak de HEERE tot Jozua, zeggende:
- Jozua 20:2ca. 1443 v.Chr.
Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Geeft voor ulieden de vrijsteden, waarvan Ik met ulieden gesproken heb door den dienst van Mozes.
- Jozua 20:3ca. 1443 v.Chr.
Dat daarheen vliede de doodslager, die een ziel door dwaling, niet met wetenschap, verslaat; opdat zij ulieden zijn tot een toevlucht voor den bloedwreker.
- Jozua 20:4ca. 1443 v.Chr.
Als hij vlucht tot een van die steden, zo zal hij staan aan de deur der stadspoort, en hij zal zijn woorden spreken voor de oren van de oudsten derzelver stad; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen, en hem plaats geven, dat hij bij hen wone.