- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Korinthe 11:31ca. 59 n.Chr.
Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
- 1 Korinthe 11:32ca. 59 n.Chr.
Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
- 1 Korinthe 11:33ca. 59 n.Chr.
Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
- 1 Korinthe 11:34ca. 59 n.Chr.
Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.
- 1 Korinthe 12:1ca. 59 n.Chr.
En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt.
- 1 Korinthe 12:2ca. 59 n.Chr.
Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid werdt.
- 1 Korinthe 12:3ca. 59 n.Chr.
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest.
- 1 Korinthe 12:4ca. 59 n.Chr.
En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest;
- 1 Korinthe 12:5ca. 59 n.Chr.
En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere;
- 1 Korinthe 12:6ca. 59 n.Chr.
En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.
- 1 Korinthe 12:7ca. 59 n.Chr.
Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.
- 1 Korinthe 12:8ca. 59 n.Chr.
Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest;
- 1 Korinthe 12:9ca. 59 n.Chr.
En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest.
- 1 Korinthe 12:10ca. 59 n.Chr.
En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen.
- 1 Korinthe 12:11ca. 59 n.Chr.
Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.
- 1 Korinthe 12:12ca. 59 n.Chr.
Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.
- 1 Korinthe 12:13ca. 59 n.Chr.
Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.
- 1 Korinthe 12:14ca. 59 n.Chr.
Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.
- 1 Korinthe 12:15ca. 59 n.Chr.
Indien de voet zeide: Dewijl ik de hand niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is hij daarom niet van het lichaam?
- 1 Korinthe 12:16ca. 59 n.Chr.
En indien het oor zeide: Dewijl ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is het daarom niet van het lichaam?
- 1 Korinthe 12:17ca. 59 n.Chr.
Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn?
- 1 Korinthe 12:18ca. 59 n.Chr.
Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.
- 1 Korinthe 12:19ca. 59 n.Chr.
Waren zij alle maar een lid, waar zou het lichaam zijn?
- 1 Korinthe 12:20ca. 59 n.Chr.
Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam.
- 1 Korinthe 12:21ca. 59 n.Chr.
En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet van node; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet van node.