Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 12:22ca. 59 n.Chr.

    Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig.

  2. 1 Korinthe 12:23ca. 59 n.Chr.

    En die ons dunken de minst eerlijke leden des lichaams te zijn, denzelven doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.

  3. 1 Korinthe 12:24ca. 59 n.Chr.

    Doch onze sierlijke hebben het niet van node; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen gebrek aan dezelve heeft;

  4. 1 Korinthe 12:25ca. 59 n.Chr.

    Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen.

  5. 1 Korinthe 12:26ca. 59 n.Chr.

    En hetzij dat een lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat een lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede.

  6. 1 Korinthe 12:27ca. 59 n.Chr.

    En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

  7. 1 Korinthe 12:28ca. 59 n.Chr.

    En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.

  8. 1 Korinthe 12:29ca. 59 n.Chr.

    Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten?

  9. 1 Korinthe 12:30ca. 59 n.Chr.

    Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?

  10. 1 Korinthe 12:31ca. 59 n.Chr.

    Doch ijvert naar de beste gaven; en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is.

  11. 1 Korinthe 13:1ca. 59 n.Chr.

    Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

  12. 1 Korinthe 13:2ca. 59 n.Chr.

    En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.

  13. 1 Korinthe 13:3ca. 59 n.Chr.

    En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

  14. 1 Korinthe 13:4ca. 59 n.Chr.

    De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

  15. 1 Korinthe 13:5ca. 59 n.Chr.

    Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;

  16. 1 Korinthe 13:6ca. 59 n.Chr.

    Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;

  17. 1 Korinthe 13:7ca. 59 n.Chr.

    Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

  18. 1 Korinthe 13:8ca. 59 n.Chr.

    De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

  19. 1 Korinthe 13:9ca. 59 n.Chr.

    Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;

  20. 1 Korinthe 13:10ca. 59 n.Chr.

    Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.

  21. 1 Korinthe 13:11ca. 59 n.Chr.

    Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.

  22. 1 Korinthe 13:12ca. 59 n.Chr.

    Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.

  23. 1 Korinthe 13:13ca. 59 n.Chr.

    En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

  24. 1 Korinthe 14:1ca. 59 n.Chr.

    Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren.

  25. 1 Korinthe 14:2ca. 59 n.Chr.

    Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.