- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Korinthe 14:28ca. 59 n.Chr.
Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; doch dat hij tot zichzelven spreke, en tot God.
- 1 Korinthe 14:29ca. 59 n.Chr.
En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.
- 1 Korinthe 14:30ca. 59 n.Chr.
Doch indien een ander, die er zit, iets geopenbaard is, dat de eerste zwijge.
- 1 Korinthe 14:31ca. 59 n.Chr.
Want gij kunt allen, de een na den ander profeteren, opdat zij allen leren, en allen getroost worden.
- 1 Korinthe 14:32ca. 59 n.Chr.
En de geesten der profeten zijn den profeten onderworpen.
- 1 Korinthe 14:33ca. 59 n.Chr.
Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
- 1 Korinthe 14:34ca. 59 n.Chr.
Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.
- 1 Korinthe 14:35ca. 59 n.Chr.
En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.
- 1 Korinthe 14:36ca. 59 n.Chr.
Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?
- 1 Korinthe 14:37ca. 59 n.Chr.
Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.
- 1 Korinthe 14:38ca. 59 n.Chr.
Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend.
- 1 Korinthe 14:39ca. 59 n.Chr.
Zo dan, broeders, ijvert om te profeteren, en verhindert niet in vreemde talen te spreken.
- 1 Korinthe 14:40ca. 59 n.Chr.
Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.
- 1 Korinthe 15:1ca. 59 n.Chr.
Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;
- 1 Korinthe 15:2ca. 59 n.Chr.
Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
- 1 Korinthe 15:3ca. 59 n.Chr.
Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
- 1 Korinthe 15:4ca. 59 n.Chr.
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
- 1 Korinthe 15:5ca. 59 n.Chr.
En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven.
- 1 Korinthe 15:6ca. 59 n.Chr.
Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
- 1 Korinthe 15:7ca. 59 n.Chr.
Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.
- 1 Korinthe 15:8ca. 59 n.Chr.
En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
- 1 Korinthe 15:9ca. 59 n.Chr.
Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.
- 1 Korinthe 15:10ca. 59 n.Chr.
Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.
- 1 Korinthe 15:11ca. 59 n.Chr.
Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzo prediken wij, en alzo hebt gij geloofd.
- 1 Korinthe 15:12ca. 59 n.Chr.
Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?