- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Korinthe 11:6ca. 59 n.Chr.
Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke.
- 1 Korinthe 11:7ca. 59 n.Chr.
Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.
- 1 Korinthe 11:8ca. 59 n.Chr.
Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man.
- 1 Korinthe 11:9ca. 59 n.Chr.
Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.
- 1 Korinthe 11:10ca. 59 n.Chr.
Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil.
- 1 Korinthe 11:11ca. 59 n.Chr.
Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere.
- 1 Korinthe 11:12ca. 59 n.Chr.
Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God.
- 1 Korinthe 11:13ca. 59 n.Chr.
Oordeelt gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde?
- 1 Korinthe 11:14ca. 59 n.Chr.
Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is?
- 1 Korinthe 11:15ca. 59 n.Chr.
Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven?
- 1 Korinthe 11:16ca. 59 n.Chr.
Doch indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonten niet, noch de Gemeenten Gods.
- 1 Korinthe 11:17ca. 59 n.Chr.
Dit nu, hetgeen ik u aanzegge, prijs ik niet, namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.
- 1 Korinthe 11:18ca. 59 n.Chr.
Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;
- 1 Korinthe 11:19ca. 59 n.Chr.
Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.
- 1 Korinthe 11:20ca. 59 n.Chr.
Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten.
- 1 Korinthe 11:21ca. 59 n.Chr.
Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is hongerig, en de andere is dronken.
- 1 Korinthe 11:22ca. 59 n.Chr.
Hebt gij dan geen huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet.
- 1 Korinthe 11:23ca. 59 n.Chr.
Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
- 1 Korinthe 11:24ca. 59 n.Chr.
En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
- 1 Korinthe 11:25ca. 59 n.Chr.
Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
- 1 Korinthe 11:26ca. 59 n.Chr.
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.
- 1 Korinthe 11:27ca. 59 n.Chr.
Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
- 1 Korinthe 11:28ca. 59 n.Chr.
Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
- 1 Korinthe 11:29ca. 59 n.Chr.
Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
- 1 Korinthe 11:30ca. 59 n.Chr.
Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.