Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 11:6ca. 59 n.Chr.

    Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke.

  2. 1 Korinthe 11:7ca. 59 n.Chr.

    Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.

  3. 1 Korinthe 11:8ca. 59 n.Chr.

    Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man.

  4. 1 Korinthe 11:9ca. 59 n.Chr.

    Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.

  5. 1 Korinthe 11:10ca. 59 n.Chr.

    Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil.

  6. 1 Korinthe 11:11ca. 59 n.Chr.

    Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere.

  7. 1 Korinthe 11:12ca. 59 n.Chr.

    Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God.

  8. 1 Korinthe 11:13ca. 59 n.Chr.

    Oordeelt gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde?

  9. 1 Korinthe 11:14ca. 59 n.Chr.

    Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is?

  10. 1 Korinthe 11:15ca. 59 n.Chr.

    Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven?

  11. 1 Korinthe 11:16ca. 59 n.Chr.

    Doch indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonten niet, noch de Gemeenten Gods.

  12. 1 Korinthe 11:17ca. 59 n.Chr.

    Dit nu, hetgeen ik u aanzegge, prijs ik niet, namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.

  13. 1 Korinthe 11:18ca. 59 n.Chr.

    Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;

  14. 1 Korinthe 11:19ca. 59 n.Chr.

    Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.

  15. 1 Korinthe 11:20ca. 59 n.Chr.

    Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten.

  16. 1 Korinthe 11:21ca. 59 n.Chr.

    Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is hongerig, en de andere is dronken.

  17. 1 Korinthe 11:22ca. 59 n.Chr.

    Hebt gij dan geen huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet.

  18. 1 Korinthe 11:23ca. 59 n.Chr.

    Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;

  19. 1 Korinthe 11:24ca. 59 n.Chr.

    En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.

  20. 1 Korinthe 11:25ca. 59 n.Chr.

    Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

  21. 1 Korinthe 11:26ca. 59 n.Chr.

    Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.

  22. 1 Korinthe 11:27ca. 59 n.Chr.

    Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.

  23. 1 Korinthe 11:28ca. 59 n.Chr.

    Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.

  24. 1 Korinthe 11:29ca. 59 n.Chr.

    Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

  25. 1 Korinthe 11:30ca. 59 n.Chr.

    Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.