- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Korinthe 10:14ca. 59 n.Chr.
Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst.
- 1 Korinthe 10:15ca. 59 n.Chr.
Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
- 1 Korinthe 10:16ca. 59 n.Chr.
De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?
- 1 Korinthe 10:17ca. 59 n.Chr.
Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.
- 1 Korinthe 10:18ca. 59 n.Chr.
Ziet Israel, dat naar het vlees is: hebben niet degenen, die de offeranden eten, gemeenschap met het altaar?
- 1 Korinthe 10:19ca. 59 n.Chr.
Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?
- 1 Korinthe 10:20ca. 59 n.Chr.
Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.
- 1 Korinthe 10:21ca. 59 n.Chr.
Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen.
- 1 Korinthe 10:22ca. 59 n.Chr.
Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
- 1 Korinthe 10:23ca. 59 n.Chr.
Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen stichten niet.
- 1 Korinthe 10:24ca. 59 n.Chr.
Niemand zoeke dat zijns zelfs is; maar een iegelijk zoeke dat des anderen is.
- 1 Korinthe 10:25ca. 59 n.Chr.
Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil;
- 1 Korinthe 10:26ca. 59 n.Chr.
Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
- 1 Korinthe 10:27ca. 59 n.Chr.
En indien u iemand van de ongelovigen noodt, en gij daar gaan wilt, eet al wat ulieden voorgesteld wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil.
- 1 Korinthe 10:28ca. 59 n.Chr.
Maar zo iemand tot ulieden zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om desgenen wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en om des gewetens wil. Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.
- 1 Korinthe 10:29ca. 59 n.Chr.
Doch ik zeg: om het geweten, niet van uzelven, maar des anderen; want waarom wordt mijn vrijheid geoordeeld van een ander geweten?
- 1 Korinthe 10:30ca. 59 n.Chr.
En indien ik door genade der spijze deelachtig ben, waarom word ik gelasterd over hetgeen, waarvoor ik dankzeg?
- 1 Korinthe 10:31ca. 59 n.Chr.
Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.
- 1 Korinthe 10:32ca. 59 n.Chr.
Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.
- 1 Korinthe 10:33ca. 59 n.Chr.
Gelijkerwijs ik ook in alles allen behaag, niet zoekende mijn eigen voordeel, maar het voordeel van velen, opdat zij mochten behouden worden.
- 1 Korinthe 11:1ca. 59 n.Chr.
Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
- 1 Korinthe 11:2ca. 59 n.Chr.
En ik prijs u, broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt, gelijk ik die u overgegeven heb.
- 1 Korinthe 11:3ca. 59 n.Chr.
Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus.
- 1 Korinthe 11:4ca. 59 n.Chr.
Een iegelijk man, die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd;
- 1 Korinthe 11:5ca. 59 n.Chr.
Maar een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden ware.