Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 8:4ca. 59 n.Chr.

    Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan een.

  2. 1 Korinthe 8:5ca. 59 n.Chr.

    Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn),

  3. 1 Korinthe 8:6ca. 59 n.Chr.

    Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.

  4. 1 Korinthe 8:7ca. 59 n.Chr.

    Doch in allen is de kennis niet; maar sommigen, met een geweten des afgods tot nog toe, eten als iets dat den afgoden geofferd is; en hun geweten, zwak zijnde, wordt bevlekt.

  5. 1 Korinthe 8:8ca. 59 n.Chr.

    De spijze nu maakt ons Gode niet aangenaam; want hetzij dat wij eten, wij hebben geen overvloed; en hetzij dat wij niet eten, wij hebben geen gebrek.

  6. 1 Korinthe 8:9ca. 59 n.Chr.

    Maar ziet toe, dat deze uw macht niet enigerwijze een aanstoot worde dengenen, die zwak zijn.

  7. 1 Korinthe 8:10ca. 59 n.Chr.

    Want zo iemand u, die de kennis hebt, ziet in der afgoden tempel aanzitten, zal het geweten deszelven, die zwak is, niet gestijfd worden, om te eten de dingen, die den afgoden geofferd zijn?

  8. 1 Korinthe 8:11ca. 59 n.Chr.

    En zal de broeder, die zwak is, door uw kennis verloren gaan, om welken Christus gestorven is?

  9. 1 Korinthe 8:12ca. 59 n.Chr.

    Doch gijlieden, alzo tegen de broeders zondigende, en hun zwak geweten kwetsende, zondigt tegen Christus.

  10. 1 Korinthe 8:13ca. 59 n.Chr.

    Daarom, indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere.

  11. 1 Korinthe 9:1ca. 59 n.Chr.

    Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onzen Heere, gezien? Zijt gijlieden niet mijn werk in den Heere?

  12. 1 Korinthe 9:2ca. 59 n.Chr.

    Zo ik anderen geen apostel ben, nochtans ben ik het ulieden; want het zegel mijns apostelschaps zijt gijlieden in den Heere.

  13. 1 Korinthe 9:3ca. 59 n.Chr.

    Mijn verantwoording aan degenen, die onderzoek over mij doen, is deze.

  14. 1 Korinthe 9:4ca. 59 n.Chr.

    Hebben wij niet macht, om te eten en te drinken?

  15. 1 Korinthe 9:5ca. 59 n.Chr.

    Hebben wij niet macht, om een vrouw, een zuster zijnde, met ons om te leiden, gelijk ook de andere apostelen, en de broeders des Heeren, en Cefas?

  16. 1 Korinthe 9:6ca. 59 n.Chr.

    Of hebben alleen ik en Barnabas geen macht van niet te werken?

  17. 1 Korinthe 9:7ca. 59 n.Chr.

    Wie dient ooit in den krijg op eigen bezoldiging? Wie plant een wijngaard, en eet niet van zijn vrucht? Of wie weidt een kudde, en eet niet van de melk der kudde?

  18. 1 Korinthe 9:8ca. 59 n.Chr.

    Spreek ik dit naar den mens, of zegt ook de wet hetzelfde niet?

  19. 1 Korinthe 9:9ca. 59 n.Chr.

    Want in de wet van Mozes is geschreven: Gij zult een dorsenden os niet muilbanden. Zorgt ook God voor de ossen?

  20. 1 Korinthe 9:10ca. 59 n.Chr.

    Of zegt Hij dat ganselijk om onzentwil? Want om onzentwil is dat geschreven; overmits die ploegt, op hoop moet ploegen, en die op hoop dorst, moet zijn hoop deelachtig worden.

  21. 1 Korinthe 9:11ca. 59 n.Chr.

    Indien wij ulieden het geestelijke gezaaid hebben, is het een grote zaak, zo wij het uwe, dat lichamelijk is, maaien?

  22. 1 Korinthe 9:12ca. 59 n.Chr.

    Indien anderen deze macht over u deelachtig zijn, waarom niet veel meer wij? Doch wij hebben deze macht niet gebruikt, maar wij verdragen het al, opdat wij niet enige verhindering geven aan het Evangelie van Christus.

  23. 1 Korinthe 9:13ca. 59 n.Chr.

    Weet gij niet, dat degenen, die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar delen?

  24. 1 Korinthe 9:14ca. 59 n.Chr.

    Alzo heeft ook de Heere geordineerd dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven.

  25. 1 Korinthe 9:15ca. 59 n.Chr.

    Maar ik heb geen van deze dingen gebruikt. En ik heb dit niet geschreven, opdat het alzo aan mij geschieden zou; want het ware mij beter te sterven, dan dat iemand dezen mijn roem zou ijdel maken.