Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 6:14ca. 59 n.Chr.

    En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.

  2. 1 Korinthe 6:15ca. 59 n.Chr.

    Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.

  3. 1 Korinthe 6:16ca. 59 n.Chr.

    Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, een lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot een vlees wezen.

  4. 1 Korinthe 6:17ca. 59 n.Chr.

    Maar die den Heere aanhangt, is een geest met Hem.

  5. 1 Korinthe 6:18ca. 59 n.Chr.

    Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.

  6. 1 Korinthe 6:19ca. 59 n.Chr.

    Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?

  7. 1 Korinthe 6:20ca. 59 n.Chr.

    Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.

  8. 1 Korinthe 7:1ca. 59 n.Chr.

    Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt: het is een mens goed geen vrouw aan te raken.

  9. 1 Korinthe 7:2ca. 59 n.Chr.

    Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.

  10. 1 Korinthe 7:3ca. 59 n.Chr.

    De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man.

  11. 1 Korinthe 7:4ca. 59 n.Chr.

    De vrouw heeft de macht niet over haar eigen lichaam, maar de man; en desgelijks ook de man heeft de macht niet over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.

  12. 1 Korinthe 7:5ca. 59 n.Chr.

    Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden.

  13. 1 Korinthe 7:6ca. 59 n.Chr.

    Doch dit zeg ik uit toelating, niet uit bevel.

  14. 1 Korinthe 7:7ca. 59 n.Chr.

    Want ik wilde, dat alle mensen waren, gelijk als ikzelf ben; maar een iegelijk heeft zijn eigen gave van God, de een wel aldus, maar de andere alzo.

  15. 1 Korinthe 7:8ca. 59 n.Chr.

    Doch ik zeg den ongetrouwden, en den weduwen: Het is hun goed, indien zij blijven, gelijk als ik.

  16. 1 Korinthe 7:9ca. 59 n.Chr.

    Maar indien zij zich niet kunnen onthouden, dat zij trouwen; want het is beter te trouwen dan te branden.

  17. 1 Korinthe 7:10ca. 59 n.Chr.

    Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide.

  18. 1 Korinthe 7:11ca. 59 n.Chr.

    En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate.

  19. 1 Korinthe 7:12ca. 59 n.Chr.

    Maar den anderen zeg ik, niet de Heere: Indien enig broeder een ongelovige vrouw heeft, en dezelve tevreden is bij hem te wonen, dat hij ze niet verlate.

  20. 1 Korinthe 7:13ca. 59 n.Chr.

    En een vrouw, die een ongelovige man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate.

  21. 1 Korinthe 7:14ca. 59 n.Chr.

    Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.

  22. 1 Korinthe 7:15ca. 59 n.Chr.

    Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen.

  23. 1 Korinthe 7:16ca. 59 n.Chr.

    Want wat weet gij, vrouw, of gij den man zult zalig maken? Of wat weet gij, man, of gij de vrouw zult zalig maken?

  24. 1 Korinthe 7:17ca. 59 n.Chr.

    Doch gelijk God aan een iegelijk heeft uitgedeeld, gelijk de Heere een iegelijk geroepen heeft, dat hij alzo wandele; en alzo verordene ik in al de Gemeenten.

  25. 1 Korinthe 7:18ca. 59 n.Chr.

    Is iemand, besneden zijnde, geroepen, die late zich geen voorhuid aantrekken; is iemand, in de voorhuid zijnde, geroepen, die late zich niet besnijden.