Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 5:2ca. 59 n.Chr.

    En zijt gij nog opgeblazen, en hebt niet veel meer leed gedragen, opdat hij uit het midden van u weggedaan worde, die deze daad begaan heeft?

  2. 1 Korinthe 5:3ca. 59 n.Chr.

    Doch ik, als wel met het lichaam afwezend, maar tegenwoordig zijnde met den geest, heb alrede, als of ik tegenwoordig ware, dengene, die dat alzo bedreven heeft, besloten,

  3. 1 Korinthe 5:4ca. 59 n.Chr.

    In den Naam van onzen Heere Jezus Christus, als gijlieden en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onzen Heere Jezus Christus,

  4. 1 Korinthe 5:5ca. 59 n.Chr.

    Denzulken over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.

  5. 1 Korinthe 5:6ca. 59 n.Chr.

    Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?

  6. 1 Korinthe 5:7ca. 59 n.Chr.

    Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.

  7. 1 Korinthe 5:8ca. 59 n.Chr.

    Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.

  8. 1 Korinthe 5:9ca. 59 n.Chr.

    Ik heb u geschreven in den brief, dat gij u niet zoudt vermengen met de hoereerders;

  9. 1 Korinthe 5:10ca. 59 n.Chr.

    Doch niet geheellijk met de hoereerders dezer wereld, of met de gierigaards, of met de rovers, of met de afgodendienaars; want anders zoudt gij moeten uit de wereld gaan.

  10. 1 Korinthe 5:11ca. 59 n.Chr.

    Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.

  11. 1 Korinthe 5:12ca. 59 n.Chr.

    Want wat heb ik ook die buiten zijn te oordelen? Oordeelt gijlieden niet die binnen zijn?

  12. 1 Korinthe 5:13ca. 59 n.Chr.

    Maar die buiten zijn oordeelt God. En doet gij deze boze uit ulieden weg.

  13. 1 Korinthe 6:1ca. 59 n.Chr.

    Durft iemand van ulieden, die een zaak heeft tegen een ander, te recht gaan voor de onrechtvaardigen, en niet voor de heiligen?

  14. 1 Korinthe 6:2ca. 59 n.Chr.

    Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En indien door u de wereld geoordeeld wordt, zijt gij onwaardig de minste gerechtzaken?

  15. 1 Korinthe 6:3ca. 59 n.Chr.

    Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?

  16. 1 Korinthe 6:4ca. 59 n.Chr.

    Zo gij dan gerechtzaken hebt, die dit leven aangaan, zet die daarover, die in de Gemeente minst geacht zijn.

  17. 1 Korinthe 6:5ca. 59 n.Chr.

    Ik zeg u dit tot schaamte. Is er dan alzo onder u geen, die wijs is, ook niet een, die zou kunnen oordelen tussen zijn broeders?

  18. 1 Korinthe 6:6ca. 59 n.Chr.

    Maar de ene broeder gaat met den anderen broeder te recht, en dat voor ongelovigen.

  19. 1 Korinthe 6:7ca. 59 n.Chr.

    Zo is er dan nu ganselijk gebrek onder u, dat gij met elkander rechtzaken hebt. Waarom lijdt gij niet liever ongelijk? Waarom lijdt gij niet liever schade?

  20. 1 Korinthe 6:8ca. 59 n.Chr.

    Maar gijlieden doet ongelijk, en doet schade, en dat den broederen.

  21. 1 Korinthe 6:9ca. 59 n.Chr.

    Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven?

  22. 1 Korinthe 6:10ca. 59 n.Chr.

    Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.

  23. 1 Korinthe 6:11ca. 59 n.Chr.

    En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods;

  24. 1 Korinthe 6:12ca. 59 n.Chr.

    Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen.

  25. 1 Korinthe 6:13ca. 59 n.Chr.

    De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide dezen en die te niet doen. Doch het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor den Heere en de Heere voor het lichaam.