Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Korinthe 2:12ca. 59 n.Chr.

    Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn;

  2. 1 Korinthe 2:13ca. 59 n.Chr.

    Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.

  3. 1 Korinthe 2:14ca. 59 n.Chr.

    Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

  4. 1 Korinthe 2:15ca. 59 n.Chr.

    Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.

  5. 1 Korinthe 2:16ca. 59 n.Chr.

    Want wie heeft den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus.

  6. 1 Korinthe 3:1ca. 59 n.Chr.

    En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.

  7. 1 Korinthe 3:2ca. 59 n.Chr.

    Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.

  8. 1 Korinthe 3:3ca. 59 n.Chr.

    Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?

  9. 1 Korinthe 3:4ca. 59 n.Chr.

    Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?

  10. 1 Korinthe 3:5ca. 59 n.Chr.

    Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?

  11. 1 Korinthe 3:6ca. 59 n.Chr.

    Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.

  12. 1 Korinthe 3:7ca. 59 n.Chr.

    Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft.

  13. 1 Korinthe 3:8ca. 59 n.Chr.

    En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.

  14. 1 Korinthe 3:9ca. 59 n.Chr.

    Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.

  15. 1 Korinthe 3:10ca. 59 n.Chr.

    Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.

  16. 1 Korinthe 3:11ca. 59 n.Chr.

    Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

  17. 1 Korinthe 3:12ca. 59 n.Chr.

    En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen;

  18. 1 Korinthe 3:13ca. 59 n.Chr.

    Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.

  19. 1 Korinthe 3:14ca. 59 n.Chr.

    Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.

  20. 1 Korinthe 3:15ca. 59 n.Chr.

    Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.

  21. 1 Korinthe 3:16ca. 59 n.Chr.

    Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?

  22. 1 Korinthe 3:17ca. 59 n.Chr.

    Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.

  23. 1 Korinthe 3:18ca. 59 n.Chr.

    Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.

  24. 1 Korinthe 3:19ca. 59 n.Chr.

    Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;

  25. 1 Korinthe 3:20ca. 59 n.Chr.

    En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.