- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 605–538 BC
The Babylonian Exile
Jerusalem falls and the temple burns; Ezekiel and Daniel minister among the exiles as Lamentations mourns the city's ruin.
Verzen uit dit tijdvak
- Klaagliederen 4:16ca. 588 v.Chr.
Pe. Des HEEREN aangezicht heeft ze verdeeld. Hij zal ze voortaan niet meer aanzien; zij hebben het aangezicht der priesteren niet geeerd, zij hebben den ouden geen genade bewezen.
- Klaagliederen 4:17ca. 588 v.Chr.
Ain. Nog bezweken ons onze ogen, ziende naar onze ijdele hulp; wij gaapten met ons gapen op een volk, dat niet kon verlossen.
- Klaagliederen 4:18ca. 588 v.Chr.
Tsade. Zij hebben onze gangen nagespeurd, dat wij op onze straten niet gaan konden; ons einde is genaderd, onze dagen zijn vervuld, ja, ons einde is gekomen.
- Klaagliederen 4:19ca. 588 v.Chr.
Koph. Onze vervolgers zijn sneller geweest dan de arenden des hemels; zij hebben ons op de bergen hittiglijk vervolgd, in de woestijn hebben zij ons lagen gelegd.
- Klaagliederen 4:20ca. 588 v.Chr.
Resch. De adem onzer neuzen, de gezalfde des HEEREN, is gevangen in hun groeven; van welken wij zeiden: Wij zullen onder zijn schaduw leven onder de heidenen!
- Klaagliederen 4:21ca. 588 v.Chr.
Schin. Wees vrolijk, en verblijd u, gij dochter Edoms, die in het land Uz woont! doch de beker zal ook tot u komen, gij zult dronken worden, en ontbloot worden.
- Klaagliederen 4:22ca. 588 v.Chr.
Thau. Uw ongerechtigheid heeft een einde, o gij dochter Sions! Hij zal u niet meer gevankelijk doen wegvoeren; maar uw ongerechtigheid, o gij dochter Edoms! zal Hij bezoeken; Hij zal uw zonden ontdekken.
- Klaagliederen 5:1ca. 588 v.Chr.
Gedenk, HEERE, wat ons geschied is, aanschouw het, en zie onzen smaad aan.
- Klaagliederen 5:2ca. 588 v.Chr.
Ons erfdeel is tot de vreemdelingen gewend, onze huizen tot de uitlanders.
- Klaagliederen 5:3ca. 588 v.Chr.
Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn als de weduwen.
- Klaagliederen 5:4ca. 588 v.Chr.
Ons water moeten wij voor geld drinken; ons hout komt ons op prijs te staan.
- Klaagliederen 5:5ca. 588 v.Chr.
Wij lijden vervolging op onze halzen; zijn wij woede, men laat ons geen rust.
- Klaagliederen 5:6ca. 588 v.Chr.
Wij hebben den Egyptenaar de hand gegeven, en den Assyrier, om met brood verzadigd te worden.
- Klaagliederen 5:7ca. 588 v.Chr.
Onze vaders hebben gezondigd, en zijn niet meer, en wij dragen hun ongerechtigheden.
- Klaagliederen 5:8ca. 588 v.Chr.
Knechten heersen over ons; er is niemand, die ons uit hun hand rukke.
- Klaagliederen 5:9ca. 588 v.Chr.
Wij moeten ons brood met gevaar onzes levens halen, vanwege het zwaard der woestijn.
- Klaagliederen 5:10ca. 588 v.Chr.
Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege den geweldigen storm des hongers.
- Klaagliederen 5:11ca. 588 v.Chr.
Zij hebben de vrouwen te Sion verkracht, en de jonge dochters in de steden van Juda.
- Klaagliederen 5:12ca. 588 v.Chr.
De vorsten zijn door hunlieder hand opgehangen; de aangezichten der ouden zijn niet geeerd geweest.
- Klaagliederen 5:13ca. 588 v.Chr.
Zij hebben de jongelingen weggenomen, om te malen, en de jongens struikelen onder het hout.
- Klaagliederen 5:14ca. 588 v.Chr.
De ouden houden op van de poort, de jongelingen van hun snarenspel.
- Klaagliederen 5:15ca. 588 v.Chr.
De vreugde onzes harten houdt op, onze rei is in treurigheid veranderd.
- Klaagliederen 5:16ca. 588 v.Chr.
De kroon onzes hoofds is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben!
- Klaagliederen 5:17ca. 588 v.Chr.
Daarom is ons hart mat, om deze dingen zijn onze ogen duister geworden.
- Klaagliederen 5:18ca. 588 v.Chr.
Om des bergs Sions wil, die verwoest is, waar de vossen op lopen.