- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 605–538 BC
The Babylonian Exile
Jerusalem falls and the temple burns; Ezekiel and Daniel minister among the exiles as Lamentations mourns the city's ruin.
Verzen uit dit tijdvak
- Klaagliederen 3:32ca. 588 v.Chr.
Caph. Maar als Hij bedroefd heeft, zo zal Hij Zich ontfermen, naar de grootheid Zijner goedertierenheden.
- Klaagliederen 3:33ca. 588 v.Chr.
Caph. Want Hij plaagt of bedroeft des mensenkinderen niet van harte.
- Klaagliederen 3:34ca. 588 v.Chr.
Lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;
- Klaagliederen 3:35ca. 588 v.Chr.
Lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;
- Klaagliederen 3:36ca. 588 v.Chr.
Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?
- Klaagliederen 3:37ca. 588 v.Chr.
Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?
- Klaagliederen 3:38ca. 588 v.Chr.
Mem. Gaat niet uit den mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?
- Klaagliederen 3:39ca. 588 v.Chr.
Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
- Klaagliederen 3:40ca. 588 v.Chr.
Nun. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.
- Klaagliederen 3:41ca. 588 v.Chr.
Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende:
- Klaagliederen 3:42ca. 588 v.Chr.
Nun. Wij hebben overtreden, en wij zijn wederspannig geweest, daarom hebt Gij niet gespaard.
- Klaagliederen 3:43ca. 588 v.Chr.
Samech. Gij hebt ons met toorn bedekt, en Gij hebt ons vervolgd; Gij hebt ons gedood, Gij hebt niet verschoond.
- Klaagliederen 3:44ca. 588 v.Chr.
Samech. Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.
- Klaagliederen 3:45ca. 588 v.Chr.
Samech. Gij hebt ons tot een uitvaagsel en wegwerpsel gesteld, in het midden der volken.
- Klaagliederen 3:46ca. 588 v.Chr.
Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.
- Klaagliederen 3:47ca. 588 v.Chr.
Pe. De vreze en de kuil zijn over ons gekomen, de verwoesting en de verbreking.
- Klaagliederen 3:48ca. 588 v.Chr.
Pe. Met waterbeken loopt mijn oog neder, vanwege de breuk der dochter mijns volks.
- Klaagliederen 3:49ca. 588 v.Chr.
Ain. Mijn oog vliet, en kan niet ophouden, omdat er geen rust is;
- Klaagliederen 3:50ca. 588 v.Chr.
Ain. Totdat het de HEERE van den hemel aanschouwe, en het zie.
- Klaagliederen 3:51ca. 588 v.Chr.
Ain. Mijn oog doet mijn ziele moeite aan, vanwege al de dochteren mijner stad.
- Klaagliederen 3:52ca. 588 v.Chr.
Tsade. Die mijn vijanden zijn zonder oorzaak, hebben mij als een vogeltje dapperlijk gejaagd.
- Klaagliederen 3:53ca. 588 v.Chr.
Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.
- Klaagliederen 3:54ca. 588 v.Chr.
Tsade. De wateren zwommen over mijn hoofd; ik zeide: Ik ben afgesneden!
- Klaagliederen 3:55ca. 588 v.Chr.
Koph. HEERE! Ik heb Uw Naam aangeroepen uit den ondersten kuil.
- Klaagliederen 3:56ca. 588 v.Chr.
Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.