- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 605–538 BC
The Babylonian Exile
Jerusalem falls and the temple burns; Ezekiel and Daniel minister among the exiles as Lamentations mourns the city's ruin.
Verzen uit dit tijdvak
- Klaagliederen 3:7ca. 588 v.Chr.
Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.
- Klaagliederen 3:8ca. 588 v.Chr.
Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.
- Klaagliederen 3:9ca. 588 v.Chr.
Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.
- Klaagliederen 3:10ca. 588 v.Chr.
Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.
- Klaagliederen 3:11ca. 588 v.Chr.
Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.
- Klaagliederen 3:12ca. 588 v.Chr.
Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.
- Klaagliederen 3:13ca. 588 v.Chr.
He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.
- Klaagliederen 3:14ca. 588 v.Chr.
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
- Klaagliederen 3:15ca. 588 v.Chr.
He. Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.
- Klaagliederen 3:16ca. 588 v.Chr.
Vau. Hij heeft mijn tanden met zandsteentjes verbrijzeld, Hij heeft mij in de as nedergedrukt.
- Klaagliederen 3:17ca. 588 v.Chr.
Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.
- Klaagliederen 3:18ca. 588 v.Chr.
Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.
- Klaagliederen 3:19ca. 588 v.Chr.
Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle.
- Klaagliederen 3:20ca. 588 v.Chr.
Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.
- Klaagliederen 3:21ca. 588 v.Chr.
Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;
- Klaagliederen 3:22ca. 588 v.Chr.
Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;
- Klaagliederen 3:23ca. 588 v.Chr.
Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
- Klaagliederen 3:24ca. 588 v.Chr.
Cheth. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.
- Klaagliederen 3:25ca. 588 v.Chr.
Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.
- Klaagliederen 3:26ca. 588 v.Chr.
Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.
- Klaagliederen 3:27ca. 588 v.Chr.
Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt.
- Klaagliederen 3:28ca. 588 v.Chr.
Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft.
- Klaagliederen 3:29ca. 588 v.Chr.
Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.
- Klaagliederen 3:30ca. 588 v.Chr.
Jod. Hij geve zijn wang dien, die hem slaat, hij worde zat van smaad.
- Klaagliederen 3:31ca. 588 v.Chr.
Caph. Want de Heere zal niet verstoten in eeuwigheid.