Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Numeri 34:14ca. 1452 v.Chr.

    Want de stam van de kinderen der Rubenieten, naar het huis hunner vaderen, en de stam van de kinderen der Gadieten, naar het huis hunner vaderen, hebben ontvangen; mitsgaders de halve stam van Manasse heeft zijn erfenis ontvangen.

  2. Numeri 34:15ca. 1452 v.Chr.

    Twee stammen en een halve stam hebben hun erfenis ontvangen aan deze zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts tegen den opgang.

  3. Numeri 34:16ca. 1452 v.Chr.

    Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  4. Numeri 34:17ca. 1452 v.Chr.

    Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.

  5. Numeri 34:18ca. 1452 v.Chr.

    Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.

  6. Numeri 34:19ca. 1452 v.Chr.

    En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;

  7. Numeri 34:20ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  8. Numeri 34:21ca. 1452 v.Chr.

    Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  9. Numeri 34:22ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

  10. Numeri 34:23ca. 1452 v.Chr.

    Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

  11. Numeri 34:24ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

  12. Numeri 34:25ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

  13. Numeri 34:26ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  14. Numeri 34:27ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

  15. Numeri 34:28ca. 1452 v.Chr.

    En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  16. Numeri 34:29ca. 1452 v.Chr.

    Dit zijn ze, dien de HEERE geboden heeft, den kinderen Israels de erfenissen uit te delen, in het land Kanaan.

  17. Numeri 35:1ca. 1451 v.Chr.

    En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:

  18. Numeri 35:2ca. 1451 v.Chr.

    Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.

  19. Numeri 35:3ca. 1451 v.Chr.

    En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,

  20. Numeri 35:4ca. 1451 v.Chr.

    En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.

  21. Numeri 35:5ca. 1451 v.Chr.

    En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.

  22. Numeri 35:6ca. 1451 v.Chr.

    De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.

  23. Numeri 35:7ca. 1451 v.Chr.

    Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.

  24. Numeri 35:8ca. 1451 v.Chr.

    De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.

  25. Numeri 35:9ca. 1451 v.Chr.

    Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: