Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 14:2ca. 33 n.Chr.

    In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.

  2. Johannes 14:3ca. 33 n.Chr.

    En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.

  3. Johannes 14:4ca. 33 n.Chr.

    En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij.

  4. Johannes 14:5ca. 33 n.Chr.

    Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten?

  5. Johannes 14:6ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

  6. Johannes 14:7ca. 33 n.Chr.

    Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien.

  7. Johannes 14:8ca. 33 n.Chr.

    Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg.

  8. Johannes 14:9ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?

  9. Johannes 14:10ca. 33 n.Chr.

    Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.

  10. Johannes 14:11ca. 33 n.Chr.

    Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve.

  11. Johannes 14:12ca. 33 n.Chr.

    Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.

  12. Johannes 14:13ca. 33 n.Chr.

    En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.

  13. Johannes 14:14ca. 33 n.Chr.

    Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

  14. Johannes 14:15ca. 33 n.Chr.

    Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.

  15. Johannes 14:16ca. 33 n.Chr.

    En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;

  16. Johannes 14:17ca. 33 n.Chr.

    Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

  17. Johannes 14:18ca. 33 n.Chr.

    Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.

  18. Johannes 14:19ca. 33 n.Chr.

    Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.

  19. Johannes 14:20ca. 33 n.Chr.

    In dien dag zult gij bekennen, dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u.

  20. Johannes 14:21ca. 33 n.Chr.

    Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.

  21. Johannes 14:22ca. 33 n.Chr.

    Judas, niet de Iskariot, zeide tot Hem: Heere, wat is het, dat Gij Uzelven aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?

  22. Johannes 14:23ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.

  23. Johannes 14:24ca. 33 n.Chr.

    Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; en het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft.

  24. Johannes 14:25ca. 33 n.Chr.

    Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.

  25. Johannes 14:26ca. 33 n.Chr.

    Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.