Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 12:40ca. 33 n.Chr.

    Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

  2. Johannes 12:41ca. 33 n.Chr.

    Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.

  3. Johannes 12:42ca. 33 n.Chr.

    Nochtans geloofden ook zelfs velen uit de oversten in Hem; maar om der Farizeen wil beleden zij het niet; opdat zij uit de synagoge niet zouden geworpen worden.

  4. Johannes 12:43ca. 33 n.Chr.

    Want zij hadden de eer der mensen lief, meer dan de eer van God.

  5. Johannes 12:44ca. 33 n.Chr.

    En Jezus riep, en zeide: Die in Mij gelooft, gelooft in Mij niet, maar in Dengene, Die Mij gezonden heeft.

  6. Johannes 12:45ca. 33 n.Chr.

    En die Mij ziet, die ziet Dengene, Die Mij gezonden heeft.

  7. Johannes 12:46ca. 33 n.Chr.

    Ik ben een Licht, in de wereld gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de duisternis niet blijve.

  8. Johannes 12:47ca. 33 n.Chr.

    En indien iemand Mijn woorden gehoord, en niet geloofd zal hebben, Ik oordeel hem niet; want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele, maar opdat Ik de wereld zalig make.

  9. Johannes 12:48ca. 33 n.Chr.

    Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.

  10. Johannes 12:49ca. 33 n.Chr.

    Want Ik heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal.

  11. Johannes 12:50ca. 33 n.Chr.

    En Ik weet, dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft.

  12. Johannes 13:1ca. 33 n.Chr.

    En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

  13. Johannes 13:2ca. 33 n.Chr.

    En als het avondmaal gedaan was,, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),

  14. Johannes 13:3ca. 33 n.Chr.

    Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging,

  15. Johannes 13:4ca. 33 n.Chr.

    Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.

  16. Johannes 13:5ca. 33 n.Chr.

    Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.

  17. Johannes 13:6ca. 33 n.Chr.

    Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?

  18. Johannes 13:7ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.

  19. Johannes 13:8ca. 33 n.Chr.

    Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.

  20. Johannes 13:9ca. 33 n.Chr.

    Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.

  21. Johannes 13:10ca. 33 n.Chr.

    Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen.

  22. Johannes 13:11ca. 33 n.Chr.

    Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

  23. Johannes 13:12ca. 33 n.Chr.

    Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?

  24. Johannes 13:13ca. 33 n.Chr.

    Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.

  25. Johannes 13:14ca. 33 n.Chr.

    Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.