circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 11:47ca. 33 n.Chr.
De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.
- Johannes 11:48ca. 33 n.Chr.
Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.
- Johannes 11:49ca. 33 n.Chr.
En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;
- Johannes 11:50ca. 33 n.Chr.
En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.
- Johannes 11:51ca. 33 n.Chr.
En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;
- Johannes 11:52ca. 33 n.Chr.
En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.
- Johannes 11:53ca. 33 n.Chr.
Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.
- Johannes 11:54ca. 33 n.Chr.
Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.
- Johannes 11:55ca. 33 n.Chr.
En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden.
- Johannes 11:56ca. 33 n.Chr.
Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?
- Johannes 11:57ca. 33 n.Chr.
De overpriesters nu en de Farizeen hadden een gebod gegeven, dat, zo iemand wist, waar Hij was, hij het zou te kennen geven, opdat zij Hem mochten vangen.
- Johannes 12:1ca. 33 n.Chr.
Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanie, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden.
- Johannes 12:2ca. 33 n.Chr.
Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten.
- Johannes 12:3ca. 33 n.Chr.
Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.
- Johannes 12:4ca. 33 n.Chr.
Zo zeide dan een van Zijn discipelen, namelijk Judas, Simons zoon, Iskariot, die Hem verraden zou:
- Johannes 12:5ca. 33 n.Chr.
Waarom is deze zalf niet verkocht voor driehonderd penningen, en den armen gegeven?
- Johannes 12:6ca. 33 n.Chr.
En dit zeide hij, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was, en de beurs had, en droeg hetgeen gegeven werd.
- Johannes 12:7ca. 33 n.Chr.
Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis.
- Johannes 12:8ca. 33 n.Chr.
Want de armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
- Johannes 12:9ca. 33 n.Chr.
Een grote schare dan der Joden verstond, dat Hij aldaar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus' wil, maar opdat zij ook Lazarus zouden zien, dien Hij uit de doden opgewekt had.
- Johannes 12:10ca. 33 n.Chr.
En de overpriesters beraadslaagden, dat zij ook Lazarus doden zouden.
- Johannes 12:11ca. 33 n.Chr.
Want velen van de Joden gingen heen om zijnentwil, en geloofden in Jezus.
- Johannes 12:12ca. 33 n.Chr.
Des anderen daags, een grote schare, die tot het feest gekomen was, horende, dat Jezus naar Jeruzalem kwam,
- Johannes 12:13ca. 33 n.Chr.
Namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israels!
- Johannes 12:14ca. 33 n.Chr.
En Jezus vond een jongen ezel, en zat daarop, gelijk geschreven is: