Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 10:39ca. 33 n.Chr.

    Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.

  2. Johannes 10:40ca. 33 n.Chr.

    En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.

  3. Johannes 10:41ca. 33 n.Chr.

    En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.

  4. Johannes 10:42ca. 33 n.Chr.

    En velen geloofden aldaar in Hem.

  5. Johannes 11:1ca. 33 n.Chr.

    En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.

  6. Johannes 11:2ca. 33 n.Chr.

    (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)

  7. Johannes 11:3ca. 33 n.Chr.

    Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.

  8. Johannes 11:4ca. 33 n.Chr.

    En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.

  9. Johannes 11:5ca. 33 n.Chr.

    Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.

  10. Johannes 11:6ca. 33 n.Chr.

    Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.

  11. Johannes 11:7ca. 33 n.Chr.

    Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.

  12. Johannes 11:8ca. 33 n.Chr.

    De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?

  13. Johannes 11:9ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;

  14. Johannes 11:10ca. 33 n.Chr.

    Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.

  15. Johannes 11:11ca. 33 n.Chr.

    Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.

  16. Johannes 11:12ca. 33 n.Chr.

    Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.

  17. Johannes 11:13ca. 33 n.Chr.

    Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.

  18. Johannes 11:14ca. 33 n.Chr.

    Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.

  19. Johannes 11:15ca. 33 n.Chr.

    En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.

  20. Johannes 11:16ca. 33 n.Chr.

    Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.

  21. Johannes 11:17ca. 33 n.Chr.

    Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.

  22. Johannes 11:18ca. 33 n.Chr.

    (Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)

  23. Johannes 11:19ca. 33 n.Chr.

    En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.

  24. Johannes 11:20ca. 33 n.Chr.

    Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.

  25. Johannes 11:21ca. 33 n.Chr.

    Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;