circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Johannes 10:39ca. 33 n.Chr.
Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.
- Johannes 10:40ca. 33 n.Chr.
En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.
- Johannes 10:41ca. 33 n.Chr.
En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.
- Johannes 10:42ca. 33 n.Chr.
En velen geloofden aldaar in Hem.
- Johannes 11:1ca. 33 n.Chr.
En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.
- Johannes 11:2ca. 33 n.Chr.
(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)
- Johannes 11:3ca. 33 n.Chr.
Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.
- Johannes 11:4ca. 33 n.Chr.
En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.
- Johannes 11:5ca. 33 n.Chr.
Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.
- Johannes 11:6ca. 33 n.Chr.
Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.
- Johannes 11:7ca. 33 n.Chr.
Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.
- Johannes 11:8ca. 33 n.Chr.
De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?
- Johannes 11:9ca. 33 n.Chr.
Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;
- Johannes 11:10ca. 33 n.Chr.
Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.
- Johannes 11:11ca. 33 n.Chr.
Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.
- Johannes 11:12ca. 33 n.Chr.
Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.
- Johannes 11:13ca. 33 n.Chr.
Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.
- Johannes 11:14ca. 33 n.Chr.
Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.
- Johannes 11:15ca. 33 n.Chr.
En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.
- Johannes 11:16ca. 33 n.Chr.
Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.
- Johannes 11:17ca. 33 n.Chr.
Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.
- Johannes 11:18ca. 33 n.Chr.
(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)
- Johannes 11:19ca. 33 n.Chr.
En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.
- Johannes 11:20ca. 33 n.Chr.
Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.
- Johannes 11:21ca. 33 n.Chr.
Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;