Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Johannes 10:14ca. 33 n.Chr.

    Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend.

  2. Johannes 10:15ca. 33 n.Chr.

    Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen.

  3. Johannes 10:16ca. 33 n.Chr.

    Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.

  4. Johannes 10:17ca. 33 n.Chr.

    Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme.

  5. Johannes 10:18ca. 33 n.Chr.

    Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.

  6. Johannes 10:19ca. 33 n.Chr.

    Er werd dan wederom tweedracht onder de Joden, om dezer woorden wil.

  7. Johannes 10:20ca. 33 n.Chr.

    En velen van hen zeiden: hij heeft den duivel, en is uitzinnig; wat hoort gij Hem?

  8. Johannes 10:21ca. 33 n.Chr.

    Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?

  9. Johannes 10:22ca. 33 n.Chr.

    En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.

  10. Johannes 10:23ca. 33 n.Chr.

    En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo.

  11. Johannes 10:24ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit.

  12. Johannes 10:25ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij.

  13. Johannes 10:26ca. 33 n.Chr.

    Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.

  14. Johannes 10:27ca. 33 n.Chr.

    Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.

  15. Johannes 10:28ca. 33 n.Chr.

    En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.

  16. Johannes 10:29ca. 33 n.Chr.

    Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.

  17. Johannes 10:30ca. 33 n.Chr.

    Ik en de Vader zijn een.

  18. Johannes 10:31ca. 33 n.Chr.

    De Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen.

  19. Johannes 10:32ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele treffelijke werken getoond van Mijn Vader; om welk werk van die stenigt gij Mij?

  20. Johannes 10:33ca. 33 n.Chr.

    De Joden antwoordden Hem, zeggende: Wij stenigen U niet over enig goed werk, maar over gods lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt.

  21. Johannes 10:34ca. 33 n.Chr.

    Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?

  22. Johannes 10:35ca. 33 n.Chr.

    Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;

  23. Johannes 10:36ca. 33 n.Chr.

    Zegt gijlieden tot Mij, Dien de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert God; omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?

  24. Johannes 10:37ca. 33 n.Chr.

    Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet;

  25. Johannes 10:38ca. 33 n.Chr.

    Maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken; opdat gij moogt bekennen en geloven, dat de Vader in Mij is, en Ik in Hem.