Naar de inhoud

circa 1900–1700 BC

Jacob, Joseph & Egypt

Jacob wrestles with God and becomes Israel; Joseph is sold into slavery yet rises to save the world from famine.

840 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Genesis 36:28ca. 1756 v.Chr.

    Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.

  2. Genesis 36:29ca. 1756 v.Chr.

    Dit zijn de vorsten der Horieten: de vorst Lotan, de vorst Sobal, de vorst Zibeon, de vorst Ana.

  3. Genesis 36:30ca. 1756 v.Chr.

    De vorst Dison, de vorst Ezer, de vorst Disan; dit zijn de vorsten der Horieten, naar hun vorsten in het land Seir.

  4. Genesis 36:31ca. 1756 v.Chr.

    En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

  5. Genesis 36:32ca. 1756 v.Chr.

    Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

  6. Genesis 36:33ca. 1869 v.Chr.

    En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

  7. Genesis 36:34ca. 1827 v.Chr.

    En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

  8. Genesis 36:35ca. 1785 v.Chr.

    En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

  9. Genesis 36:36ca. 1743 v.Chr.

    En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

  10. Genesis 36:37ca. 1701 v.Chr.

    En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

  11. Genesis 36:38ca. 1659 v.Chr.

    En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

  12. Genesis 36:39ca. 1617 v.Chr.

    En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

  13. Genesis 36:40ca. 1617 v.Chr.

    En dit zijn de namen der vorsten van Ezau, naar hun geslachten, naar hun plaatsen, met hun namen: de vorst Timna, de vorst Alva, de vorst Jetheth,

  14. Genesis 36:41ca. 1617 v.Chr.

    De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,

  15. Genesis 36:42ca. 1617 v.Chr.

    De vorst Kenaz, de vorst Teman, de vorst Mibzar,

  16. Genesis 36:43ca. 1617 v.Chr.

    De vorst Magdiel, de vorst Iram; dit zijn de vorsten van Edom, naar hun woningen, in het land hunner bezitting; hij is Ezau, de vader van Edom.

  17. Genesis 37:1ca. 1728 v.Chr.

    En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.

  18. Genesis 37:2ca. 1728 v.Chr.

    Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.

  19. Genesis 37:3ca. 1728 v.Chr.

    En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.

  20. Genesis 37:4ca. 1728 v.Chr.

    Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.

  21. Genesis 37:5ca. 1728 v.Chr.

    Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.

  22. Genesis 37:6ca. 1728 v.Chr.

    En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.

  23. Genesis 37:7ca. 1728 v.Chr.

    En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.

  24. Genesis 37:8ca. 1728 v.Chr.

    Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.

  25. Genesis 37:9ca. 1728 v.Chr.

    En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.