Naar de inhoud

circa 1900–1700 BC

Jacob, Joseph & Egypt

Jacob wrestles with God and becomes Israel; Joseph is sold into slavery yet rises to save the world from famine.

840 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Genesis 50:12ca. 1689 v.Chr.

    En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;

  2. Genesis 50:13ca. 1689 v.Chr.

    Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.

  3. Genesis 50:14ca. 1689 v.Chr.

    Daarna keerde Jozef weder in Egypte, hij en zijn broeders, en allen, die met hem opgetogen waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had.

  4. Genesis 50:15ca. 1689 v.Chr.

    Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.

  5. Genesis 50:16ca. 1689 v.Chr.

    Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:

  6. Genesis 50:17ca. 1689 v.Chr.

    Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.

  7. Genesis 50:18ca. 1689 v.Chr.

    Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!

  8. Genesis 50:19ca. 1689 v.Chr.

    En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?

  9. Genesis 50:20ca. 1689 v.Chr.

    Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.

  10. Genesis 50:21ca. 1689 v.Chr.

    Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.

  11. Genesis 50:22ca. 1689 v.Chr.

    Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.

  12. Genesis 50:23ca. 1689 v.Chr.

    En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.

  13. Genesis 50:24ca. 1689 v.Chr.

    En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.

  14. Genesis 50:25ca. 1689 v.Chr.

    En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!

  15. Genesis 50:26ca. 1689 v.Chr.

    En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men legde hem in een kist in Egypte.