- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 48–96
Letters to the Churches
Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.
Verzen uit dit tijdvak
- Romeinen 3:15ca. 60 n.Chr.
Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
- Romeinen 3:16ca. 60 n.Chr.
Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
- Romeinen 3:17ca. 60 n.Chr.
En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
- Romeinen 3:18ca. 60 n.Chr.
Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
- Romeinen 3:19ca. 60 n.Chr.
Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
- Romeinen 3:20ca. 60 n.Chr.
Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
- Romeinen 3:21ca. 60 n.Chr.
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
- Romeinen 3:22ca. 60 n.Chr.
Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
- Romeinen 3:23ca. 60 n.Chr.
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
- Romeinen 3:24ca. 60 n.Chr.
En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
- Romeinen 3:25ca. 60 n.Chr.
Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
- Romeinen 3:26ca. 60 n.Chr.
Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
- Romeinen 3:27ca. 60 n.Chr.
Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
- Romeinen 3:28ca. 60 n.Chr.
Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
- Romeinen 3:29ca. 60 n.Chr.
Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen;
- Romeinen 3:30ca. 60 n.Chr.
Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.
- Romeinen 3:31ca. 60 n.Chr.
Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.
- Romeinen 4:1ca. 60 n.Chr.
Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
- Romeinen 4:2ca. 60 n.Chr.
Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.
- Romeinen 4:3ca. 60 n.Chr.
Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
- Romeinen 4:4ca. 60 n.Chr.
Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.
- Romeinen 4:5ca. 60 n.Chr.
Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.
- Romeinen 4:6ca. 60 n.Chr.
Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken;
- Romeinen 4:7ca. 60 n.Chr.
Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn;
- Romeinen 4:8ca. 60 n.Chr.
Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.