Naar de inhoud

circa AD 48–96

Letters to the Churches

Paul and other apostles write to strengthen, correct, and encourage the scattered churches across the Roman world.

2,767 verzen · 21 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Romeinen 1:26ca. 60 n.Chr.

    Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;

  2. Romeinen 1:27ca. 60 n.Chr.

    En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.

  3. Romeinen 1:28ca. 60 n.Chr.

    En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet betamen;

  4. Romeinen 1:29ca. 60 n.Chr.

    Vervuld zijnde met alle ongerechtigheid, hoererij, boosheid, gierigheid, kwaadheid, vol van nijdigheid, moord, twist, bedrog, kwaadaardigheid;

  5. Romeinen 1:30ca. 60 n.Chr.

    Oorblazers, achterklappers, haters Gods, smaders, hovaardigen, laatdunkenden, vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam;

  6. Romeinen 1:31ca. 60 n.Chr.

    Onverstandigen, verbondbrekers, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijken, onbarmhartigen;

  7. Romeinen 1:32ca. 60 n.Chr.

    Dewelken, daar zij het recht Gods weten,, namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.

  8. Romeinen 2:1ca. 60 n.Chr.

    Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.

  9. Romeinen 2:2ca. 60 n.Chr.

    En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen.

  10. Romeinen 2:3ca. 60 n.Chr.

    En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?

  11. Romeinen 2:4ca. 60 n.Chr.

    Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?

  12. Romeinen 2:5ca. 60 n.Chr.

    Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.

  13. Romeinen 2:6ca. 60 n.Chr.

    Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;

  14. Romeinen 2:7ca. 60 n.Chr.

    Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;

  15. Romeinen 2:8ca. 60 n.Chr.

    Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden;

  16. Romeinen 2:9ca. 60 n.Chr.

    Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den Griek;

  17. Romeinen 2:10ca. 60 n.Chr.

    Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en ook den Griek.

  18. Romeinen 2:11ca. 60 n.Chr.

    Want er is geen aanneming des persoons bij God.

  19. Romeinen 2:12ca. 60 n.Chr.

    Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;

  20. Romeinen 2:13ca. 60 n.Chr.

    (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;

  21. Romeinen 2:14ca. 60 n.Chr.

    Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet;

  22. Romeinen 2:15ca. 60 n.Chr.

    Als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende).

  23. Romeinen 2:16ca. 60 n.Chr.

    In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.

  24. Romeinen 2:17ca. 60 n.Chr.

    Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God,

  25. Romeinen 2:18ca. 60 n.Chr.

    En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de wet;