- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 2100–1900 BC
Abraham: The Covenant
God calls Abram from Ur, establishes an everlasting covenant, and promises a son through whom all nations will be blessed.
Verzen uit dit tijdvak
- Genesis 24:58ca. 1857 v.Chr.
En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.
- Genesis 24:59ca. 1857 v.Chr.
Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
- Genesis 24:60ca. 1857 v.Chr.
En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
- Genesis 24:61ca. 1857 v.Chr.
En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.
- Genesis 24:62ca. 1857 v.Chr.
Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.
- Genesis 24:63ca. 1857 v.Chr.
En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!
- Genesis 24:64ca. 1857 v.Chr.
Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
- Genesis 24:65ca. 1857 v.Chr.
En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.
- Genesis 24:66ca. 1857 v.Chr.
En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.
- Genesis 24:67ca. 1857 v.Chr.
En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.
- Genesis 25:1ca. 1853 v.Chr.
En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.
- Genesis 25:2ca. 1852 v.Chr.
En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
- Genesis 25:3ca. 1824 v.Chr.
En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
- Genesis 25:4ca. 1804 v.Chr.
En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.
- Genesis 25:5ca. 1829 v.Chr.
Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.
- Genesis 25:6ca. 1829 v.Chr.
Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.
- Genesis 25:7ca. 1821 v.Chr.
Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.
- Genesis 25:8ca. 1821 v.Chr.
En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.
- Genesis 25:9ca. 1821 v.Chr.
En Izak en Ismael, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpela, in den akker van Efron, den zoon van Zohar, den Hethiet, welke tegenover Mamre is;
- Genesis 25:10ca. 1821 v.Chr.
In den akker, dien Abraham van de zonen Heths gekocht had, daar is Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw.
- Genesis 25:11ca. 1821 v.Chr.
En het geschiedde na Abrahams dood, dat God Izak, zijn zoon, zegende; en Izak woonde bij de put Lachai-Roi.
- Genesis 25:12ca. 1821 v.Chr.
Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.
- Genesis 25:13ca. 1821 v.Chr.
En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
- Genesis 25:14ca. 1821 v.Chr.
En Misma, en Duma, en Massa,
- Genesis 25:15ca. 1821 v.Chr.
Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.