Skip to content

Creation Era

The Tower of Babel

Scattered nations and confused languages mark the beginning of the diversity of peoples across the earth.

64 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

  2. De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

  3. En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

  4. Genesis 10:4ca. 2338 v.Chr.

    En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

  5. Genesis 10:5ca. 2247 v.Chr.

    Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

  6. Genesis 10:6ca. 2228 v.Chr.

    En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

  7. Genesis 10:7ca. 2228 v.Chr.

    En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  8. Genesis 10:8ca. 2289 v.Chr.

    En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

  9. Genesis 10:9ca. 2289 v.Chr.

    Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.

  10. Genesis 10:10ca. 2259 v.Chr.

    En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.

  11. Genesis 10:11ca. 2304 v.Chr.

    Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.

  12. Genesis 10:12ca. 2304 v.Chr.

    En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.

  13. Genesis 10:13ca. 2304 v.Chr.

    En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

  14. Genesis 10:14ca. 2304 v.Chr.

    En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.

  15. Genesis 10:15ca. 2304 v.Chr.

    En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

  16. Genesis 10:16ca. 2304 v.Chr.

    En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,

  17. Genesis 10:17ca. 2304 v.Chr.

    En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,

  18. Genesis 10:18ca. 2304 v.Chr.

    En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  19. Genesis 10:19ca. 2304 v.Chr.

    En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.

  20. Genesis 10:20ca. 2304 v.Chr.

    Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

  21. Genesis 10:21ca. 2304 v.Chr.

    Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

  22. Genesis 10:22ca. 2304 v.Chr.

    Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

  23. Genesis 10:23ca. 2304 v.Chr.

    En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  24. Genesis 10:24ca. 2304 v.Chr.

    En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  25. Genesis 10:25ca. 2247 v.Chr.

    En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.