Skip to content

Eber

12 verzen · 3 familieleden

Ook bekend als: Heber

Verzen die Eber noemen

  1. Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

  2. En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  3. En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

  4. En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.

  5. En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren.

  6. En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.

  7. En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

  8. En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.

  9. Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  10. Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

  11. Heber, Peleg, Rehu,

  12. Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,