Skip to content

Bijbelverzen over Shem

81 verzen · 4 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.

  2. En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  3. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;

  4. En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.

  5. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij legden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts, gekeerd zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.

  6. En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.

  7. En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!

  8. Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaan zij hem een knecht!

  9. God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!

  10. Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

  11. Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

  12. Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

  13. En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  14. En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  15. En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

  16. En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  17. En Hadoram, en Usal, en Dikla,

  18. En Obal, en Abimael, en Scheba,

  19. En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

  20. En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.

  21. Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.

  22. Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.

  23. En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

  24. En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.

  25. En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaren; en hij gewon zonen en dochteren.