Skip to content

Bozrah

7 verses

30.7300, 35.6000 Bekijk op Google Maps

Verzen die Bozrah noemen

  1. En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

  2. En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra.

  3. Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten.

  4. Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.

  5. Want Ik heb bij Mijzelven gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra worden zal tot een ontzetting, tot een smaadheid, tot een woestheid, en tot een vloek; en al haar steden zullen worden tot eeuwige woestheden.

  6. Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een arend, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.

  7. Daarom zal Ik een vuur zenden in Theman, dat zal de paleizen van Bozra verteren.