Skip to content

Bijbelverzen over Pride

303 verzen · 61 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.

  2. Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.

  3. Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!

  4. Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  5. Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u.

  6. Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

  7. Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  8. Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind?

  9. Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

  10. Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

  11. Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

  12. Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  13. Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  14. Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

  15. Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  16. Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.

  17. Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

  18. Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

  19. Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  20. Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?

  21. O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?

  22. Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?

  23. Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.

  24. De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.

  25. Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.