Naar de inhoud

circa 1010–970 BC

The Reign of David

David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.

1,230 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Kronieken 16:20ca. 1042 v.Chr.

    En zij wandelden van volk tot volk, en van het ene koninkrijk tot een ander volk.

  2. 1 Kronieken 16:21ca. 1042 v.Chr.

    Hij liet niemand toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:

  3. 1 Kronieken 16:22ca. 1042 v.Chr.

    Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.

  4. 1 Kronieken 16:23ca. 1042 v.Chr.

    Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  5. 1 Kronieken 16:24ca. 1042 v.Chr.

    Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

  6. 1 Kronieken 16:25ca. 1042 v.Chr.

    Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

  7. 1 Kronieken 16:26ca. 1042 v.Chr.

    Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  8. 1 Kronieken 16:27ca. 1042 v.Chr.

    Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en vrolijkheid zijn in Zijn plaats.

  9. 1 Kronieken 16:28ca. 1042 v.Chr.

    Geeft den HEERE, gij, geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte.

  10. 1 Kronieken 16:29ca. 1042 v.Chr.

    Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.

  11. 1 Kronieken 16:30ca. 1042 v.Chr.

    Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.

  12. 1 Kronieken 16:31ca. 1042 v.Chr.

    Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert.

  13. 1 Kronieken 16:32ca. 1042 v.Chr.

    Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.

  14. 1 Kronieken 16:33ca. 1042 v.Chr.

    Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEEREN, omdat Hij komt, om de aarde te richten.

  15. 1 Kronieken 16:34ca. 1042 v.Chr.

    Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

  16. 1 Kronieken 16:35ca. 1042 v.Chr.

    En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  17. 1 Kronieken 16:36ca. 1042 v.Chr.

    Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

  18. 1 Kronieken 16:37ca. 1042 v.Chr.

    Alzo liet hij daar, voor de ark des verbonds des HEEREN, Asaf en zijn broederen, om geduriglijk te dienen voor de ark, naardat op elken dag besteld was.

  19. 1 Kronieken 16:38ca. 1042 v.Chr.

    Obed-Edom nu, met hunlieder broederen, waren acht en zestig; en hij stelde Obed-Edom, den zoon van Jeduthun, en Hosa, tot poortiers;

  20. 1 Kronieken 16:39ca. 1042 v.Chr.

    En den priester Zadok, en zijn broederen, de priesters, voor den tabernakel des HEEREN op de hoogte, welke te Gibeon is;

  21. 1 Kronieken 16:40ca. 1042 v.Chr.

    Om den HEERE de brandofferen geduriglijk te offeren op het brandofferaltaar, des morgens en des avonds; en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet des HEEREN, die Hij Israel geboden had.

  22. 1 Kronieken 16:41ca. 1042 v.Chr.

    En met hen Heman en Jeduthun, en de overige uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn om den HEERE te loven; want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid.

  23. 1 Kronieken 16:42ca. 1042 v.Chr.

    Met hen dan waren Heman en Jeduthun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, en met instrumenten der muziek Gods; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort.

  24. 1 Kronieken 16:43ca. 1042 v.Chr.

    Alzo toog het ganse volk henen, een iegelijk in zijn huis; en David keerde zich, om zijn huis te gaan zegenen.

  25. 1 Kronieken 17:1ca. 1042 v.Chr.

    Het geschiedde nu, als David in zijn huis woonde, dat David tot Nathan, den profeet, zeide: Zie, ik woon in een cederen huis, maar de ark des verbonds des HEEREN onder gordijnen.