Naar de inhoud

circa 1010–970 BC

The Reign of David

David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.

1,230 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. 1 Kronieken 15:24ca. 1042 v.Chr.

    En Sebanja, en Josafat, en Nethaneel, en Amasai, en Zecharja, en Benaja, en Eliezer, de priesters, trompetten met trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortiers der ark.

  2. 1 Kronieken 15:25ca. 1042 v.Chr.

    Het geschiedde nu, dat David en de oudsten van Israel, en de oversten der duizenden, henengingen, om de ark des verbonds des HEEREN op te halen, uit het huis van Obed-Edom, met vreugde;

  3. 1 Kronieken 15:26ca. 1042 v.Chr.

    Zo geschiedde het, doordien dat God de Levieten hielp, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, dat zij zeven varren en zeven rammen offerden.

  4. 1 Kronieken 15:27ca. 1042 v.Chr.

    David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen; ook al de Levieten, die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de overste van het opheffen der zangers; ook had David een lijfrok aan van linnen.

  5. 1 Kronieken 15:28ca. 1042 v.Chr.

    Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.

  6. 1 Kronieken 15:29ca. 1042 v.Chr.

    Het geschiedde nu, toen de ark des verbonds des HEEREN tot aan de stad Davids gekomen was, dat Michal, de dochter van Saul, door een venster keek, en den koning David zag, springende en spelende; zo verachtte zij hem in haar hart.

  7. 1 Kronieken 16:1ca. 1042 v.Chr.

    Toen zij de ark Gods inbrachten, zo stelden zij ze in het midden der tent, welke David voor haar gespannen had; en zij offerden brandofferen en dankofferen voor het aangezicht Gods.

  8. 1 Kronieken 16:2ca. 1042 v.Chr.

    Als David het brandoffer en de dankofferen geeindigd had te offeren, zo zegende hij het volk in den Naam des HEEREN.

  9. 1 Kronieken 16:3ca. 1042 v.Chr.

    En hij deelde een iegelijk in Israel, van den man tot de vrouw, een iegelijk een bol broods, en een schoon stuk vlees, en een fles wijn.

  10. 1 Kronieken 16:4ca. 1042 v.Chr.

    En hij stelde voor de ark des HEEREN sommigen uit de Levieten tot dienaars, en dat, om den HEERE, den God Israels, te vermelden, en te loven, en te prijzen.

  11. 1 Kronieken 16:5ca. 1042 v.Chr.

    Asaf was het hoofd, en Zecharja de tweede na hem; Jeiel, en Semiramoth, en Jehiel, en Mattithja, en Eliab, en Benaja, en Obed-Edom, en Jeiel, met instrumenten der luiten en met harpen; en Asaf liet zich horen met cimbalen;

  12. 1 Kronieken 16:6ca. 1042 v.Chr.

    Maar Benaja en Jahaziel, de priesters, steeds met trompetten voor de ark des verbonds van God.

  13. 1 Kronieken 16:7ca. 1042 v.Chr.

    Te dienzelven dage gaf David ten eerste dezen psalm, om den HEERE te loven, door den dienst van Asaf, en zijn broederen.

  14. 1 Kronieken 16:8ca. 1042 v.Chr.

    Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

  15. 1 Kronieken 16:9ca. 1042 v.Chr.

    Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  16. 1 Kronieken 16:10ca. 1042 v.Chr.

    Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde.

  17. 1 Kronieken 16:11ca. 1042 v.Chr.

    Vraagt naar den HEERE en Zijn sterkte, zoekt Zijn aangezicht geduriglijk.

  18. 1 Kronieken 16:12ca. 1042 v.Chr.

    Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds;

  19. 1 Kronieken 16:13ca. 1042 v.Chr.

    Gij, zaad van Israel, Zijn dienaar, gij, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen!

  20. 1 Kronieken 16:14ca. 1042 v.Chr.

    Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.

  21. 1 Kronieken 16:15ca. 1042 v.Chr.

    Gedenkt tot in der eeuwigheid Zijns verbonds, des woords, dat Hij ingesteld heeft tot in het duizendste geslacht;

  22. 1 Kronieken 16:16ca. 1042 v.Chr.

    Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;

  23. 1 Kronieken 16:17ca. 1042 v.Chr.

    Welken Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond;

  24. 1 Kronieken 16:18ca. 1042 v.Chr.

    Zeggende: Ik zal u het land Kanaan geven, een snoer van ulieder erfdeel;

  25. 1 Kronieken 16:19ca. 1042 v.Chr.

    Als gij weinige mensen in getal waart; ja, weinigen en vreemdelingen daarin.