circa 1010–970 BC
The Reign of David
David unites the tribes, conquers Jerusalem, and establishes Israel's golden age—even through deep personal failure.
Verzen uit dit tijdvak
- 1 Kronieken 14:16ca. 1047 v.Chr.
David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.
- 1 Kronieken 14:17ca. 1047 v.Chr.
Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
- 1 Kronieken 15:1ca. 1042 v.Chr.
En David maakte zich huizen in zijn stad; en hij bereidde der ark Gods een plaats, en spande een tent voor haar.
- 1 Kronieken 15:2ca. 1042 v.Chr.
Toen zeide David: Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.
- 1 Kronieken 15:3ca. 1042 v.Chr.
Ook vergaderde David gans Israel te Jeruzalem, om de ark des HEEREN op te halen aan haar plaats, die hij haar bereid had.
- 1 Kronieken 15:4ca. 1042 v.Chr.
En David verzamelde de kinderen van Aaron en de Levieten.
- 1 Kronieken 15:5ca. 1042 v.Chr.
Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.
- 1 Kronieken 15:6ca. 1042 v.Chr.
Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.
- 1 Kronieken 15:7ca. 1042 v.Chr.
Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.
- 1 Kronieken 15:8ca. 1042 v.Chr.
Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.
- 1 Kronieken 15:9ca. 1042 v.Chr.
Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.
- 1 Kronieken 15:10ca. 1042 v.Chr.
Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.
- 1 Kronieken 15:11ca. 1042 v.Chr.
En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriel, Asaja en Joel, Semaja, en Eliel, en Amminadab.
- 1 Kronieken 15:12ca. 1042 v.Chr.
En hij zeide tot hen: Gijlieden zijt hoofden der vaderen onder de Levieten; heiligt u, gij en uw broeders, dat gij de ark des HEEREN, des Gods van Israel, opbrengt, ter plaatse, die ik voor haar bereid heb.
- 1 Kronieken 15:13ca. 1042 v.Chr.
Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.
- 1 Kronieken 15:14ca. 1042 v.Chr.
Zo heiligden zich dan de priesters en Levieten, om de ark des HEEREN, des Gods van Israel, op te brengen.
- 1 Kronieken 15:15ca. 1042 v.Chr.
En de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen, die op hen waren, gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN.
- 1 Kronieken 15:16ca. 1042 v.Chr.
En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.
- 1 Kronieken 15:17ca. 1042 v.Chr.
Zo stelden dan de Levieten Heman, den zoon van Joel, en uit zijn broederen Asaf, den zoon van Berechja; en uit de zonen van Merari, hun broederen, Ethan, den zoon van Kusaja;
- 1 Kronieken 15:18ca. 1042 v.Chr.
En met hen hun broeders van de tweede orde: Zecharja, Ben en Jaaziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, Eliab, en Benaja, en Maaseja, en Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, de poortiers.
- 1 Kronieken 15:19ca. 1042 v.Chr.
De zangers nu, Heman, Asaf en Ethan, lieten zich horen met koperen cimbalen;
- 1 Kronieken 15:20ca. 1042 v.Chr.
En Zecharja, en Aziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, en Eliab, en Maaseja, en Benaja, met luiten op Alamoth.
- 1 Kronieken 15:21ca. 1042 v.Chr.
En Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, en Azazja, met harpen op de Scheminith, om den toon te versterken.
- 1 Kronieken 15:22ca. 1042 v.Chr.
En Chenanja, de overste der Levieten, was over het opheffen; hij onderwees hen in het opheffen; want hij was verstandig.
- 1 Kronieken 15:23ca. 1042 v.Chr.
En Berechja en Elkana waren poortiers der ark.