- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 9:16ca. 31 n.Chr.
Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur.
- Mattheüs 9:17ca. 31 n.Chr.
Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.
- Mattheüs 9:18ca. 31 n.Chr.
Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.
- Mattheüs 9:19ca. 31 n.Chr.
En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.
- Mattheüs 9:20ca. 31 n.Chr.
(En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;
- Mattheüs 9:21ca. 31 n.Chr.
Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.
- Mattheüs 9:22ca. 31 n.Chr.
En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)
- Mattheüs 9:23ca. 31 n.Chr.
En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,
- Mattheüs 9:24ca. 31 n.Chr.
Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.
- Mattheüs 9:25ca. 31 n.Chr.
Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.
- Mattheüs 9:26ca. 31 n.Chr.
En dit gerucht ging uit door dat gehele land.
- Mattheüs 9:27ca. 31 n.Chr.
En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!
- Mattheüs 9:28ca. 31 n.Chr.
En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!
- Mattheüs 9:29ca. 31 n.Chr.
Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.
- Mattheüs 9:30ca. 31 n.Chr.
En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat het niemand wete.
- Mattheüs 9:31ca. 31 n.Chr.
Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land.
- Mattheüs 9:32ca. 31 n.Chr.
Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.
- Mattheüs 9:33ca. 31 n.Chr.
En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien!
- Mattheüs 9:34ca. 31 n.Chr.
Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.
- Mattheüs 9:35ca. 31 n.Chr.
En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.
- Mattheüs 9:36ca. 31 n.Chr.
En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.
- Mattheüs 9:37ca. 31 n.Chr.
Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;
- Mattheüs 9:38ca. 31 n.Chr.
Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
- Mattheüs 10:1ca. 33 n.Chr.
En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.
- Mattheüs 10:2ca. 33 n.Chr.
De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder;