- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 10:3ca. 33 n.Chr.
Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;
- Mattheüs 10:4ca. 33 n.Chr.
Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
- Mattheüs 10:5ca. 33 n.Chr.
Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen.
- Mattheüs 10:6ca. 33 n.Chr.
Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
- Mattheüs 10:7ca. 33 n.Chr.
En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
- Mattheüs 10:8ca. 33 n.Chr.
Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.
- Mattheüs 10:9ca. 33 n.Chr.
Verkrijgt u noch goud, noch zilver, noch koper geld in uw gordels;
- Mattheüs 10:10ca. 33 n.Chr.
Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.
- Mattheüs 10:11ca. 33 n.Chr.
En in wat stad of vlek gij zult inkomen, onderzoekt, wie daarin waardig is; en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat.
- Mattheüs 10:12ca. 33 n.Chr.
En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve.
- Mattheüs 10:13ca. 33 n.Chr.
En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.
- Mattheüs 10:14ca. 33 n.Chr.
En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af.
- Mattheüs 10:15ca. 33 n.Chr.
Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.
- Mattheüs 10:16ca. 33 n.Chr.
Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.
- Mattheüs 10:17ca. 33 n.Chr.
Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen.
- Mattheüs 10:18ca. 33 n.Chr.
En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.
- Mattheüs 10:19ca. 33 n.Chr.
Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.
- Mattheüs 10:20ca. 33 n.Chr.
Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.
- Mattheüs 10:21ca. 33 n.Chr.
En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
- Mattheüs 10:22ca. 33 n.Chr.
En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.
- Mattheüs 10:23ca. 33 n.Chr.
Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.
- Mattheüs 10:24ca. 33 n.Chr.
De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht boven zijn heer.
- Mattheüs 10:25ca. 33 n.Chr.
Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!
- Mattheüs 10:26ca. 33 n.Chr.
Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden.
- Mattheüs 10:27ca. 33 n.Chr.
Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken.