Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 10:28ca. 33 n.Chr.

    En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.

  2. Mattheüs 10:29ca. 33 n.Chr.

    Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.

  3. Mattheüs 10:30ca. 33 n.Chr.

    En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.

  4. Mattheüs 10:31ca. 33 n.Chr.

    Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

  5. Mattheüs 10:32ca. 33 n.Chr.

    Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

  6. Mattheüs 10:33ca. 33 n.Chr.

    Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

  7. Mattheüs 10:34ca. 33 n.Chr.

    Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

  8. Mattheüs 10:35ca. 33 n.Chr.

    Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.

  9. Mattheüs 10:36ca. 33 n.Chr.

    En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.

  10. Mattheüs 10:37ca. 33 n.Chr.

    Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.

  11. Mattheüs 10:38ca. 33 n.Chr.

    En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

  12. Mattheüs 10:39ca. 33 n.Chr.

    Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.

  13. Mattheüs 10:40ca. 33 n.Chr.

    Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.

  14. Mattheüs 10:41ca. 33 n.Chr.

    Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen.

  15. Mattheüs 10:42ca. 33 n.Chr.

    En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

  16. Mattheüs 11:1ca. 31 n.Chr.

    En het is geschied, toen Jezus geeindigd had Zijn twaalf discipelen bevelen te geven, dat Hij van daar voortging, om te leren en te prediken in hun steden.

  17. Mattheüs 11:2ca. 31 n.Chr.

    En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;

  18. Mattheüs 11:3ca. 31 n.Chr.

    En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

  19. Mattheüs 11:4ca. 31 n.Chr.

    En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet:

  20. Mattheüs 11:5ca. 31 n.Chr.

    De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.

  21. Mattheüs 11:6ca. 31 n.Chr.

    En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.

  22. Mattheüs 11:7ca. 31 n.Chr.

    Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?

  23. Mattheüs 11:8ca. 31 n.Chr.

    Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte klederen dragen, zijn in der koningen huizen.

  24. Mattheüs 11:9ca. 31 n.Chr.

    Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.

  25. Mattheüs 11:10ca. 31 n.Chr.

    Want deze is het, van denwelken geschreven staat: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg bereiden zal voor U heen.