Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 12:6ca. 31 n.Chr.

    En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.

  2. Mattheüs 12:7ca. 31 n.Chr.

    Doch zo gij geweten hadt, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben.

  3. Mattheüs 12:8ca. 31 n.Chr.

    Want de Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.

  4. Mattheüs 12:9ca. 31 n.Chr.

    En van daar voortgaande, kwam Hij in hun synagoge.

  5. Mattheüs 12:10ca. 31 n.Chr.

    En ziet, er was een mens, die een dorre hand had, en zij vraagden Hem, zeggende: Is het ook geoorloofd op de sabbatdagen te genezen? (opdat zij Hem mochten beschuldigen).

  6. Mattheüs 12:11ca. 31 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wat mens zal er zijn onder u, die een schaap heeft, en zo datzelve op een sabbatdag in een gracht valt, die hetzelve niet zal aangrijpen en uitheffen?

  7. Mattheüs 12:12ca. 31 n.Chr.

    Hoe veel gaat nu een mens een schaap te boven? Zo is het dan op de sabbatdagen geoorloofd wel te doen.

  8. Mattheüs 12:13ca. 31 n.Chr.

    Toen zeide Hij tot dien mens: Strek uw hand uit; en hij strekte ze uit, en zij werd hersteld, gezond gelijk de andere.

  9. Mattheüs 12:14ca. 31 n.Chr.

    En de Farizeen, uitgegaan zijnde, hielden te zamen raad tegen Hem, hoe zij Hem doden mochten.

  10. Mattheüs 12:15ca. 31 n.Chr.

    Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze allen.

  11. Mattheüs 12:16ca. 31 n.Chr.

    En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden;

  12. Mattheüs 12:17ca. 31 n.Chr.

    Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:

  13. Mattheüs 12:18ca. 31 n.Chr.

    Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen.

  14. Mattheüs 12:19ca. 31 n.Chr.

    Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen.

  15. Mattheüs 12:20ca. 31 n.Chr.

    Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.

  16. Mattheüs 12:21ca. 31 n.Chr.

    En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen.

  17. Mattheüs 12:22ca. 31 n.Chr.

    Toen werd tot Hem gebracht een van den duivel bezeten, die blind en stom was; en Hij genas hem, alzo dat de blinde en stomme beide sprak en zag.

  18. Mattheüs 12:23ca. 31 n.Chr.

    En al de scharen ontzetten zich, en zeiden: Is niet Deze de Zoon van David?

  19. Mattheüs 12:24ca. 31 n.Chr.

    Maar de Farizeen, dit gehoord hebbende, zeiden: Deze werpt de duivelen niet uit, dan door Beelzebul, den overste der duivelen.

  20. Mattheüs 12:25ca. 31 n.Chr.

    Doch Jezus, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een iedere stad, of huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet bestaan.

  21. Mattheüs 12:26ca. 31 n.Chr.

    En indien de satan den satan uitwerpt, zo is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn rijk bestaan?

  22. Mattheüs 12:27ca. 31 n.Chr.

    En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.

  23. Mattheüs 12:28ca. 31 n.Chr.

    Maar indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.

  24. Mattheüs 12:29ca. 31 n.Chr.

    Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe? en alsdan zal hij zijn huis beroven.

  25. Mattheüs 12:30ca. 31 n.Chr.

    Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.