- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Mattheüs 12:6ca. 31 n.Chr.
En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.
- Mattheüs 12:7ca. 31 n.Chr.
Doch zo gij geweten hadt, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben.
- Mattheüs 12:8ca. 31 n.Chr.
Want de Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.
- Mattheüs 12:9ca. 31 n.Chr.
En van daar voortgaande, kwam Hij in hun synagoge.
- Mattheüs 12:10ca. 31 n.Chr.
En ziet, er was een mens, die een dorre hand had, en zij vraagden Hem, zeggende: Is het ook geoorloofd op de sabbatdagen te genezen? (opdat zij Hem mochten beschuldigen).
- Mattheüs 12:11ca. 31 n.Chr.
En Hij zeide tot hen: Wat mens zal er zijn onder u, die een schaap heeft, en zo datzelve op een sabbatdag in een gracht valt, die hetzelve niet zal aangrijpen en uitheffen?
- Mattheüs 12:12ca. 31 n.Chr.
Hoe veel gaat nu een mens een schaap te boven? Zo is het dan op de sabbatdagen geoorloofd wel te doen.
- Mattheüs 12:13ca. 31 n.Chr.
Toen zeide Hij tot dien mens: Strek uw hand uit; en hij strekte ze uit, en zij werd hersteld, gezond gelijk de andere.
- Mattheüs 12:14ca. 31 n.Chr.
En de Farizeen, uitgegaan zijnde, hielden te zamen raad tegen Hem, hoe zij Hem doden mochten.
- Mattheüs 12:15ca. 31 n.Chr.
Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze allen.
- Mattheüs 12:16ca. 31 n.Chr.
En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden;
- Mattheüs 12:17ca. 31 n.Chr.
Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:
- Mattheüs 12:18ca. 31 n.Chr.
Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen.
- Mattheüs 12:19ca. 31 n.Chr.
Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen.
- Mattheüs 12:20ca. 31 n.Chr.
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.
- Mattheüs 12:21ca. 31 n.Chr.
En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
- Mattheüs 12:22ca. 31 n.Chr.
Toen werd tot Hem gebracht een van den duivel bezeten, die blind en stom was; en Hij genas hem, alzo dat de blinde en stomme beide sprak en zag.
- Mattheüs 12:23ca. 31 n.Chr.
En al de scharen ontzetten zich, en zeiden: Is niet Deze de Zoon van David?
- Mattheüs 12:24ca. 31 n.Chr.
Maar de Farizeen, dit gehoord hebbende, zeiden: Deze werpt de duivelen niet uit, dan door Beelzebul, den overste der duivelen.
- Mattheüs 12:25ca. 31 n.Chr.
Doch Jezus, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een iedere stad, of huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet bestaan.
- Mattheüs 12:26ca. 31 n.Chr.
En indien de satan den satan uitwerpt, zo is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn rijk bestaan?
- Mattheüs 12:27ca. 31 n.Chr.
En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.
- Mattheüs 12:28ca. 31 n.Chr.
Maar indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.
- Mattheüs 12:29ca. 31 n.Chr.
Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe? en alsdan zal hij zijn huis beroven.
- Mattheüs 12:30ca. 31 n.Chr.
Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.