Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Mattheüs 8:25ca. 31 n.Chr.

    En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan!

  2. Mattheüs 8:26ca. 31 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.

  3. Mattheüs 8:27ca. 31 n.Chr.

    En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!

  4. Mattheüs 8:28ca. 31 n.Chr.

    En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.

  5. Mattheüs 8:29ca. 31 n.Chr.

    En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?

  6. Mattheüs 8:30ca. 31 n.Chr.

    En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.

  7. Mattheüs 8:31ca. 31 n.Chr.

    En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.

  8. Mattheüs 8:32ca. 31 n.Chr.

    En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.

  9. Mattheüs 8:33ca. 31 n.Chr.

    En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was.

  10. Mattheüs 8:34ca. 31 n.Chr.

    En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.

  11. Mattheüs 9:1ca. 31 n.Chr.

    En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.

  12. Mattheüs 9:2ca. 31 n.Chr.

    En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

  13. Mattheüs 9:3ca. 31 n.Chr.

    En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.

  14. Mattheüs 9:4ca. 31 n.Chr.

    En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?

  15. Mattheüs 9:5ca. 31 n.Chr.

    Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

  16. Mattheüs 9:6ca. 31 n.Chr.

    Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.

  17. Mattheüs 9:7ca. 31 n.Chr.

    En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

  18. Mattheüs 9:8ca. 31 n.Chr.

    De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

  19. Mattheüs 9:9ca. 31 n.Chr.

    En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

  20. Mattheüs 9:10ca. 31 n.Chr.

    En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.

  21. Mattheüs 9:11ca. 31 n.Chr.

    En de Farizeen, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren?

  22. Mattheüs 9:12ca. 31 n.Chr.

    Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.

  23. Mattheüs 9:13ca. 31 n.Chr.

    Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

  24. Mattheüs 9:14ca. 31 n.Chr.

    Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet?

  25. Mattheüs 9:15ca. 31 n.Chr.

    En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.