Naar de inhoud

circa 1900–1700 BC

Jacob, Joseph & Egypt

Jacob wrestles with God and becomes Israel; Joseph is sold into slavery yet rises to save the world from famine.

840 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Genesis 26:26ca. 1804 v.Chr.

    En Abimelech trok tot hem van Gerar, met Ahuzzat, zijn vriend, en Pichol, zijn krijgsoverste.

  2. Genesis 26:27ca. 1804 v.Chr.

    En Izak zeide tot hen: Waarom zijt gij tot mij gekomen, daar gij mij haat, en hebt mij van u weggezonden?

  3. Genesis 26:28ca. 1804 v.Chr.

    En zij zeiden: Wij hebben merkelijk gezien, dat de HEERE met u is; daarom hebben wij gezegd: Laat toch een eed tussen ons zijn, tussen ons en tussen u, en laat ons een verbond met u maken:

  4. Genesis 26:29ca. 1804 v.Chr.

    Zo gij bij ons kwaad doet, gelijk als wij u niet aangeroerd hebben, en gelijk als wij bij u alleenlijk goed gedaan hebben, en hebben u in vrede laten trekken! Gij zijt nu de gezegende des HEEREN!

  5. Genesis 26:30ca. 1804 v.Chr.

    Toen maakte hij hun een maaltijd, en zij aten en dronken.

  6. Genesis 26:31ca. 1804 v.Chr.

    En zij stonden des morgens vroeg op, en zwoeren de een den ander; daarna liet Izak hen gaan, en zij togen van hem in vrede.

  7. Genesis 26:32ca. 1804 v.Chr.

    En het geschiedde ten zelfde dage, dat Izaks knechten kwamen, en boodschapten hem van de zaak des puts, dien zij gegraven hadden, en zij zeiden hem: Wij hebben water gevonden.

  8. Genesis 26:33ca. 1804 v.Chr.

    En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.

  9. Genesis 26:34ca. 1796 v.Chr.

    Als nu Ezau veertig jaren oud was, nam hij tot een vrouw Judith, de dochter van Beeri, den Hethiet, en Basmath, de dochter van Elon, den Hethiet.

  10. Genesis 26:35ca. 1796 v.Chr.

    En deze waren voor Izak en Rebekka een bitterheid des geestes.

  11. Genesis 27:1ca. 1760 v.Chr.

    En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

  12. Genesis 27:2ca. 1760 v.Chr.

    En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.

  13. Genesis 27:3ca. 1760 v.Chr.

    Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;

  14. Genesis 27:4ca. 1760 v.Chr.

    En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.

  15. Genesis 27:5ca. 1760 v.Chr.

    Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht.

  16. Genesis 27:6ca. 1760 v.Chr.

    Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:

  17. Genesis 27:7ca. 1760 v.Chr.

    Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.

  18. Genesis 27:8ca. 1760 v.Chr.

    Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.

  19. Genesis 27:9ca. 1760 v.Chr.

    Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.

  20. Genesis 27:10ca. 1760 v.Chr.

    En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.

  21. Genesis 27:11ca. 1760 v.Chr.

    Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.

  22. Genesis 27:12ca. 1760 v.Chr.

    Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.

  23. Genesis 27:13ca. 1760 v.Chr.

    En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.

  24. Genesis 27:14ca. 1760 v.Chr.

    Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.

  25. Genesis 27:15ca. 1760 v.Chr.

    Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.