Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Hosea 4:6ca. 780 v.Chr.

    Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

  2. Hosea 4:7ca. 780 v.Chr.

    Gelijk zij meerder geworden zijn, alzo hebben zij tegen Mij gezondigd; Ik zal hunlieder eer in schande veranderen.

  3. Hosea 4:8ca. 780 v.Chr.

    Zij eten de zonde Mijns volks, en verlangen, een ieder met zijn ziel, naar hun ongerechtigheid.

  4. Hosea 4:9ca. 780 v.Chr.

    Daarom, gelijk het volk, alzo zal de priester zijn; en Ik zal zijn wegen over hem bezoeken, en zijn handelingen hem vergelden.

  5. Hosea 4:10ca. 780 v.Chr.

    En zij zullen eten, maar niet zat worden, zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte; want zij hebben nagelaten den HEERE in acht te nemen.

  6. Hosea 4:11ca. 780 v.Chr.

    Hoererij, en wijn, en most neemt het hart weg.

  7. Hosea 4:12ca. 780 v.Chr.

    Mijn volk vraagt zijn hout, en zijn stok zal het hem bekend maken; want de geest der hoererijen verleidt hen, dat zij van onder hun God weghoereren.

  8. Hosea 4:13ca. 780 v.Chr.

    Op de hoogten der bergen offeren zij, en op de heuvelen roken zij, onder een eik, en populier, en iepeboom, omdat derzelver schaduw goed is; daarom hoereren uw dochteren, en uw bruiden bedrijven overspel.

  9. Hosea 4:14ca. 780 v.Chr.

    Ik zal over uw dochteren geen bezoeking doen, omdat zij hoereren, en over uw bruiden, omdat zij overspel doen; want zij zelven scheiden zich af met de hoeren, en offeren met de snoodste hoeren; het volk dan, dat geen verstand heeft zal omgekeerd worden.

  10. Hosea 4:15ca. 780 v.Chr.

    Zo gij, o Israel! wilt hoereren, dat immers Juda niet schuldig worde; komt gij toch niet te Gilgal, en gaat niet op naar Beth-Aven, en zweert niet: Zo waarachtig als de HEERE leeft.

  11. Hosea 4:16ca. 780 v.Chr.

    Want Israel is onbandig, als een onbandige koe; nu zal hen de HEERE weiden, als een lam in de ruimte.

  12. Hosea 4:17ca. 780 v.Chr.

    Efraim is vergezeld met de afgoden; laat hem varen.

  13. Hosea 4:18ca. 780 v.Chr.

    Hunlieder zuiperij is afvallig; zij doen niet dan hoereren; hun schilden (het is een schande!) beminnen het woord: Geeft.

  14. Hosea 4:19ca. 780 v.Chr.

    Een wind heeft hen gebonden in zijn vleugelen, en zij zullen beschaamd worden vanwege hun offeranden.

  15. Hosea 5:1ca. 780 v.Chr.

    Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israels! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.

  16. Hosea 5:2ca. 780 v.Chr.

    En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.

  17. Hosea 5:3ca. 780 v.Chr.

    Ik ken Efraim, en Israel is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraim! nu hoereert, en Israel verontreinigd is.

  18. Hosea 5:4ca. 780 v.Chr.

    Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.

  19. Hosea 5:5ca. 780 v.Chr.

    Dies zal Israel hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israel en Efraim zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.

  20. Hosea 5:6ca. 780 v.Chr.

    Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.

  21. Hosea 5:7ca. 780 v.Chr.

    Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.

  22. Hosea 5:8ca. 780 v.Chr.

    Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!

  23. Hosea 5:9ca. 780 v.Chr.

    Efraim zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israels heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.

  24. Hosea 5:10ca. 780 v.Chr.

    De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.

  25. Hosea 5:11ca. 780 v.Chr.

    Efraim is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.