Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Hosea 2:9ca. 785 v.Chr.

    En nu zal Ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen harer boelen; en niemand zal haar uit Mijn hand verlossen.

  2. Hosea 2:10ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden, en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.

  3. Hosea 2:11ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom, waarvan zij zegt: Deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn boelen gegeven hebben; maar Ik zal ze stellen tot een woud, en het wild gedierte des velds zal ze vreten.

  4. Hosea 2:12ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal over haar bezoeken de dagen des Baals, waarin zij dien gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.

  5. Hosea 2:13ca. 785 v.Chr.

    Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.

  6. Hosea 2:14ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.

  7. Hosea 2:15ca. 785 v.Chr.

    En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal!

  8. Hosea 2:16ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal de namen der Baals van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.

  9. Hosea 2:17ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen.

  10. Hosea 2:18ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.

  11. Hosea 2:19ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.

  12. Hosea 2:20ca. 785 v.Chr.

    En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren.

  13. Hosea 2:21ca. 785 v.Chr.

    En de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreel verhoren.

  14. Hosea 2:22ca. 785 v.Chr.

    En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!

  15. Hosea 2:23ca. 785 v.Chr.

    And I will sow her unto me in the earth; and I will have mercy upon her that had not obtained mercy; and I will say to them which were not my people, Thou art my people; and they shall say, Thou art my God.

  16. Hosea 3:1ca. 785 v.Chr.

    En de HEERE zeide tot mij: Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israels bemint, maar zij zien om, naar andere goden, en beminnen de flessen der druiven.

  17. Hosea 3:2ca. 785 v.Chr.

    En ik kocht ze mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst.

  18. Hosea 3:3ca. 785 v.Chr.

    En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen na mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch een anderen man geworden), en ik ook na u.

  19. Hosea 3:4ca. 785 v.Chr.

    Want de kinderen Israels zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning, en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim.

  20. Hosea 3:5ca. 785 v.Chr.

    Daarna zullen zich de kinderen Israels bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

  21. Hosea 4:1ca. 780 v.Chr.

    Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israels! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;

  22. Hosea 4:2ca. 780 v.Chr.

    Maar vloeken en liegen, en doodslaan, en stelen, en overspel doen; zij breken door, en bloedschulden raken aan bloedschulden.

  23. Hosea 4:3ca. 780 v.Chr.

    Daarom zal het land treuren, en een iegelijk, die daarin woont, kwelen, met het gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels; ja, ook de vissen der zee zullen weggeraapt worden.

  24. Hosea 4:4ca. 780 v.Chr.

    Doch niemand twiste noch bestraffe iemand; want uw volk is als die met den priester twisten.

  25. Hosea 4:5ca. 780 v.Chr.

    Daarom zult gij vallen bij dag, ja, zelfs de profeet zal met u vallen bij nacht; en Ik zal uw moeder uitroeien.