Naar de inhoud

circa 800–400 BC

The Hebrew Prophets

God speaks through Isaiah, Jeremiah, and the minor prophets—calling Israel to repentance and foretelling the coming Messiah.

3,706 verzen · 14 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Nahum 1:1ca. 713 v.Chr.

    De last van Nineve. Het boek des gezichts van Nahum, den Elkosiet.

  2. Nahum 1:2ca. 713 v.Chr.

    Een ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE, en zeer grimmig; een wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt den toorn Zijn vijanden.

  3. Nahum 1:3ca. 713 v.Chr.

    De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

  4. Nahum 1:4ca. 713 v.Chr.

    Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon.

  5. Nahum 1:5ca. 713 v.Chr.

    De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen.

  6. Nahum 1:6ca. 713 v.Chr.

    Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.

  7. Nahum 1:7ca. 713 v.Chr.

    De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen.

  8. Nahum 1:8ca. 713 v.Chr.

    En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats te niet maken; en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

  9. Nahum 1:9ca. 713 v.Chr.

    Wat denkt gijlieden tegen den HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal op rijzen.

  10. Nahum 1:10ca. 713 v.Chr.

    Dewijl zij in elkander gevlochten zijn als doornen, en dronken zijn, gelijk zij plegen dronken te zijn, zo worden zij volkomen verteerd, als een dorre stoppel.

  11. Nahum 1:11ca. 713 v.Chr.

    Van u is een uitgegaan, die kwaad denkt tegen den HEERE, een Belialsraadsman.

  12. Nahum 1:12ca. 713 v.Chr.

    Alzo zegt de HEERE: Zijn zij voorspoedig, en alzo velen, alzo zullen zij ook geschoren worden, en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken.

  13. Nahum 1:13ca. 713 v.Chr.

    Maar nu zal Ik zijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.

  14. Nahum 1:14ca. 713 v.Chr.

    Doch tegen u heeft de HEERE bevolen, dat er van uw naam niemand meer gezaaid zal worden; uit het huis uws gods zal Ik uitroeien de gesneden en gegoten beelden; Ik zal u daar een graf maken, als gij zult veracht zijn geworden.

  15. Nahum 1:15ca. 713 v.Chr.

    Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen; vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belials- man zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.

  16. Nahum 2:1ca. 713 v.Chr.

    De verstrooier trekt tegen uw aangezicht op, bewaar de vesting; bezichtig den weg; sterk de lenden, versterk de kracht zeer.

  17. Nahum 2:2ca. 713 v.Chr.

    Want de HEERE heeft de hovaardij Jakobs afgewend, gelijk de hovaardij Israels; want de ledigmakers hebben ze ledig gemaakt, en zij hebben hun wijnranken verdorven.

  18. Nahum 2:3ca. 713 v.Chr.

    De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud.

  19. Nahum 2:4ca. 713 v.Chr.

    De wagens razen door de wijken, zij lopen ginds en weder op de straten; hun gedaanten zijn als der fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen.

  20. Nahum 2:5ca. 713 v.Chr.

    Hij zal aan zijn voortreffelijken gedenken, doch zij zullen struikelen in hun tochten; zij zullen haasten naar hun muur, als het beschutsel vaardig zal wezen.

  21. Nahum 2:6ca. 713 v.Chr.

    De poorten der rivieren zullen geopend worden, en het paleis zal versmelten.

  22. Nahum 2:7ca. 713 v.Chr.

    En Huzab zal gevankelijk weggevoerd worden, men zal haar heten voortgaan; en haar maagden zullen haar geleiden, als met een stem der duiven, trommelende op haar harten.

  23. Nahum 2:8ca. 713 v.Chr.

    Nineve is wel als een watervijver, van de dagen af dat zij geweest is, doch zij zullen vluchten. Staat, staat! zal men roepen, maar niemand zal omzien.

  24. Nahum 2:9ca. 713 v.Chr.

    Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde des voorraads, der heerlijkheid van allerlei gewenste vaten.

  25. Nahum 2:10ca. 713 v.Chr.

    Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieen schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot.