- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
circa AD 30–62
The Early Church
Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.
Verzen uit dit tijdvak
- Handelingen 7:58ca. 33 n.Chr.
En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.
- Handelingen 7:59ca. 33 n.Chr.
En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.
- Handelingen 7:60ca. 33 n.Chr.
En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.
- Handelingen 8:1ca. 34 n.Chr.
En Saulus had mede een welbehagen aan zijn dood. En er werd te dien dage een grote vervolging tegen de Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij werden allen verstrooid door de landen van Judea en Samaria, behalve de apostelen.
- Handelingen 8:2ca. 34 n.Chr.
En enige godvruchtige mannen droegen Stefanus te zamen ten grave en maakten groten rouw over hem.
- Handelingen 8:3ca. 34 n.Chr.
En Saulus verwoestte de Gemeente, gaande in de huizen; en trekkende mannen en vrouwen, leverde hen over in de gevangenis.
- Handelingen 8:4ca. 34 n.Chr.
Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.
- Handelingen 8:5ca. 34 n.Chr.
En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus.
- Handelingen 8:6ca. 34 n.Chr.
En de scharen hielden zich eendrachtelijk aan hetgeen van Filippus gezegd werd, dewijl zij hoorden en zagen de tekenen, die hij deed.
- Handelingen 8:7ca. 34 n.Chr.
Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen dezelve uit, roepende met grote stem; en vele geraakten en kreupelen werden genezen.
- Handelingen 8:8ca. 34 n.Chr.
En er werd grote blijdschap in die stad.
- Handelingen 8:9ca. 34 n.Chr.
En een zeker man, met name Simon, was te voren in de stad plegende toverij, en verrukkende de zinnen des volks van Samaria, zeggende van zichzelven, dat hij wat groots was.
- Handelingen 8:10ca. 34 n.Chr.
Welken zij allen aanhingen, van den kleine tot den grote, zeggende: Deze is de grote kracht Gods.
- Handelingen 8:11ca. 34 n.Chr.
En zij hingen hem aan, omdat hij een langen tijd met toverijen hun zinnen verrukt had.
- Handelingen 8:12ca. 34 n.Chr.
Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en van den Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, beiden, mannen en vrouwen.
- Handelingen 8:13ca. 34 n.Chr.
En Simon geloofde ook zelf, en gedoopt zijnde, bleef gedurig bij Filippus; en ziende de tekenen en grote krachten, die er geschiedden, ontzette hij zich.
- Handelingen 8:14ca. 34 n.Chr.
Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes;
- Handelingen 8:15ca. 34 n.Chr.
Dewelken, afgekomen zijnde, baden voor hen, dat zij den Heiligen Geest ontvangen mochten.
- Handelingen 8:16ca. 34 n.Chr.
(Want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleenlijk gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.)
- Handelingen 8:17ca. 34 n.Chr.
Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen den Heiligen Geest.
- Handelingen 8:18ca. 34 n.Chr.
En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan,
- Handelingen 8:19ca. 34 n.Chr.
Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange.
- Handelingen 8:20ca. 34 n.Chr.
Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!
- Handelingen 8:21ca. 34 n.Chr.
Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.
- Handelingen 8:22ca. 34 n.Chr.
Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd.