Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 9:8ca. 35 n.Chr.

    En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.

  2. Handelingen 9:9ca. 35 n.Chr.

    En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

  3. Handelingen 9:10ca. 35 n.Chr.

    En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere!

  4. Handelingen 9:11ca. 35 n.Chr.

    En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt.

  5. Handelingen 9:12ca. 35 n.Chr.

    En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd.

  6. Handelingen 9:13ca. 35 n.Chr.

    En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft;

  7. Handelingen 9:14ca. 35 n.Chr.

    En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen.

  8. Handelingen 9:15ca. 35 n.Chr.

    Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels.

  9. Handelingen 9:16ca. 35 n.Chr.

    Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

  10. Handelingen 9:17ca. 35 n.Chr.

    En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.

  11. Handelingen 9:18ca. 35 n.Chr.

    En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

  12. Handelingen 9:19ca. 35 n.Chr.

    En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.

  13. Handelingen 9:20ca. 35 n.Chr.

    En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

  14. Handelingen 9:21ca. 35 n.Chr.

    En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters?

  15. Handelingen 9:22ca. 35 n.Chr.

    Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.

  16. Handelingen 9:23ca. 35 n.Chr.

    En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden.

  17. Handelingen 9:24ca. 35 n.Chr.

    Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten.

  18. Handelingen 9:25ca. 35 n.Chr.

    Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

  19. Handelingen 9:26ca. 35 n.Chr.

    Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.

  20. Handelingen 9:27ca. 35 n.Chr.

    Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.

  21. Handelingen 9:28ca. 35 n.Chr.

    En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;

  22. Handelingen 9:29ca. 35 n.Chr.

    En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.

  23. Handelingen 9:30ca. 35 n.Chr.

    Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen.

  24. Handelingen 9:31ca. 35 n.Chr.

    De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd.

  25. Handelingen 9:32ca. 35 n.Chr.

    En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden.