Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 9:33ca. 35 n.Chr.

    En aldaar vond hij een zeker mens, met name Eneas, die acht jaren te bed gelegen had, welke geraakt was.

  2. Handelingen 9:34ca. 35 n.Chr.

    En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.

  3. Handelingen 9:35ca. 35 n.Chr.

    En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.

  4. Handelingen 9:36ca. 35 n.Chr.

    En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas. Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed.

  5. Handelingen 9:37ca. 35 n.Chr.

    En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.

  6. Handelingen 9:38ca. 35 n.Chr.

    En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen, horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen.

  7. Handelingen 9:39ca. 35 n.Chr.

    En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.

  8. Handelingen 9:40ca. 35 n.Chr.

    Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.

  9. Handelingen 9:41ca. 35 n.Chr.

    En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen.

  10. Handelingen 9:42ca. 35 n.Chr.

    En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.

  11. Handelingen 9:43ca. 35 n.Chr.

    En het geschiedde, dat hij vele dagen te Joppe bleef, bij een zekeren Simon, een lederbereider.

  12. Handelingen 10:1ca. 41 n.Chr.

    En er was een zeker man te Cesarea, met name Cornelius, een hoofdman over honderd, uit de bende, genaamd de Italiaanse;

  13. Handelingen 10:2ca. 41 n.Chr.

    Godzalig en vrezende God, met geheel zijn huis, en doende vele aalmoezen aan het volk, en God geduriglijk biddende.

  14. Handelingen 10:3ca. 41 n.Chr.

    Deze zag in een gezicht klaarlijk, omtrent de negende ure des daags, een engel Gods tot hem inkomen, en tot hem zeggende: Cornelius!

  15. Handelingen 10:4ca. 41 n.Chr.

    En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God.

  16. Handelingen 10:5ca. 41 n.Chr.

    En nu, zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus.

  17. Handelingen 10:6ca. 41 n.Chr.

    Deze ligt te huis bij een Simon, lederbereider, die zijn huis heeft bij de zee; deze zal u zeggen, wat gij doen moet.

  18. Handelingen 10:7ca. 41 n.Chr.

    En als de engel, die tot Cornelius sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisknechten, en een godzaligen krijgsknecht van degenen, die gedurig bij hem waren;

  19. Handelingen 10:8ca. 41 n.Chr.

    En als hij hun alles verhaald had, zond hij hen naar Joppe.

  20. Handelingen 10:9ca. 41 n.Chr.

    En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure.

  21. Handelingen 10:10ca. 41 n.Chr.

    En hij werd hongerig, en begeerde te eten. En terwijl zij het bereidden, viel over hem een vertrekking van zinnen.

  22. Handelingen 10:11ca. 41 n.Chr.

    En hij zag den hemel geopend, en een zeker vat tot hem nederdalen, gelijk een groot linnen laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde;

  23. Handelingen 10:12ca. 41 n.Chr.

    In hetwelk waren al de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.

  24. Handelingen 10:13ca. 41 n.Chr.

    En er geschiedde een stem tot hem: Sta op, Petrus! slacht en eet.

  25. Handelingen 10:14ca. 41 n.Chr.

    Maar Petrus zeide: Geenszins, Heere! want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was.