- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Bijbelverzen over God
Belangrijke bijbelverzen
Dat zij haar eieren in de aarde laat, en in het stof die verwarmt.
En vergeet, dat de voet die drukken kan, en de dieren des velds die vertrappen kunnen?
Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.
Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.
Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.
Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet.
Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.
Tegen hem ratelt de pijlkoker, het vlammig ijzer des spies en der lans.
Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin.
In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.
Vliegt de sperwer door uw verstand, en breidt hij zijn vleugelen uit naar het zuiden?
Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]
En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:
Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.
Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?
Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!
Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!
Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!
Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.