Naar de inhoud

Bijbelverzen over God

662 verzen · 46 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. In zijn hals herbergt de sterkte; voor hem springt zelfs de droefheid van vreugde op.

  2. De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.

  3. Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.

  4. Van zijn verheffen schromen de sterken; om zijner doorbrekingen wille ontzondigen zij zich.

  5. Raakt hem iemand met het zwaard, dat zal niet bestaan, spies, schicht noch pantsier.

  6. Hij acht het ijzer voor stro, en het staal voor verrot hout.

  7. De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.

  8. De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.

  9. Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.

  10. Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.

  11. Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.

  12. Op de aarde is niets met hem te vergelijken, die gemaakt is om zonder schrik te wezen.

  13. Hij aanziet alles, wat hoog is, hij is een koning over alle jonge hoogmoedige dieren.

  14. The sword of him that layeth at him cannot hold: the spear, the dart, nor the habergeon.

  15. He esteemeth iron as straw, and brass as rotten wood.

  16. The arrow cannot make him flee: slingstones are turned with him into stubble.

  17. Darts are counted as stubble: he laugheth at the shaking of a spear.

  18. Sharp stones are under him: he spreadeth sharp pointed things upon the mire.

  19. He maketh the deep to boil like a pot: he maketh the sea like a pot of ointment.

  20. He maketh a path to shine after him; one would think the deep to be hoary.

  21. Upon earth there is not his like, who is made without fear.

  22. He beholdeth all high things: he is a king over all the children of pride.

  23. Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  24. Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.

  25. Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.