Naar de inhoud

Bijbelverzen over Genealogy

114 verzen · 8 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.

  2. En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.

  3. En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.

  4. En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.

  5. En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.

  6. Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;

  7. En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;

  8. En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;

  9. En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;

  10. En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.

  11. Adam, Seth, Enos,

  12. Kenan, Mahalal-el, Jered,

  13. Henoch, Methusalah, Lamech,

  14. Noach, Sem, Cham en Jafeth.

  15. De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

  16. En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

  17. En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

  18. De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

  19. En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

  20. Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.

  21. En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

  22. En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.

  23. Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

  24. En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,

  25. En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet,