Naar de inhoud

Bijbelverzen over Genealogy: From Adam to Noah

14 verzen · 8 aspecten

Verzen over From Adam to Noah

  1. En Kain ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.

  2. En Kain bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.

  3. En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.

  4. En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.

  5. En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.

  6. En de naam zijns broeders was Jubal; deze werd de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.

  7. En Zilla baarde ook Tubal-Kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kain was Naema.

  8. Adam, Seth, Enos,

  9. Kenan, Mahalal-el, Jered,

  10. Henoch, Methusalah, Lamech,

  11. Noach, Sem, Cham en Jafeth.

  12. Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,

  13. Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,

  14. Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.