Naar de inhoud

circa AD 30–62

The Early Church

Pentecost ignites a movement; Peter, Paul, and countless others carry the gospel from Jerusalem to the ends of the earth.

1,007 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Handelingen 19:39ca. 58 n.Chr.

    En indien gij iets van andere dingen verzoekt, dat zal in een wettelijke vergadering beslecht worden.

  2. Handelingen 19:40ca. 58 n.Chr.

    Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden, alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van deze oploop. En dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan.

  3. Handelingen 19:41ca. 58 n.Chr.

    And when he had thus spoken, he dismissed the assembly.

  4. Handelingen 20:1ca. 60 n.Chr.

    Nadat nu het oproer gestild was, Paulus, de discipelen tot zich geroepen en gegroet hebbende, ging uit om naar Macedonie te reizen.

  5. Handelingen 20:2ca. 60 n.Chr.

    En als hij die delen doorgereisd, en hen met vele redenen vermaand had, kwam hij in Griekenland.

  6. Handelingen 20:3ca. 60 n.Chr.

    En als hij aldaar drie maanden overgebracht had, en hem van de Joden lagen gelegd werden, als hij naar Syrie zoude varen, zo werd hij van zin weder te keren door Macedonie.

  7. Handelingen 20:4ca. 60 n.Chr.

    En hem vergezelschapte tot in Azie Sopater van Berea; en van de Thessalonicensen Aristarchus en Sekundus; en Gajus van Derbe, en Timotheus en van die van Azie Tychikus en Trofimus.

  8. Handelingen 20:5ca. 60 n.Chr.

    Dezen, vooraf heengegaan zijnde, wachtten ons te Troas.

  9. Handelingen 20:6ca. 60 n.Chr.

    Wij nu scheepten af van Filippi na de dagen der ongehevelde broden, en kwamen in vijf dagen bij hen te Troas, alwaar wij ons zeven dagen onthielden.

  10. Handelingen 20:7ca. 60 n.Chr.

    En op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken, handelde Paulus met hen, zullende des anderen daags verreizen; en hij strekte zijne rede uit tot den middernacht.

  11. Handelingen 20:8ca. 60 n.Chr.

    En er waren vele lichten in de opperzaal waar zij vergaderd waren.

  12. Handelingen 20:9ca. 60 n.Chr.

    En een zeker jongeling, met name Eutychus, zat in het venster en met een diepen slaap overvallen zijnde, alzo Paulus lang tot hen sprak, door den slaap nederstortende, viel van de derde zoldering nederwaarts, en werd dood opgenomen.

  13. Handelingen 20:10ca. 60 n.Chr.

    Doch Paulus, afgekomen zijnde, viel op hem, en hem omvangende, zeide hij: Weest niet beroerd; want zijn ziel is in hem.

  14. Handelingen 20:11ca. 60 n.Chr.

    En als hij weder boven gegaan was, en brood gebroken en wat gegeten had, en lang, tot den dageraad toe, met hen gesproken had, vertrok hij alzo.

  15. Handelingen 20:12ca. 60 n.Chr.

    En zij brachten den knecht levende, en waren bovenmate vertroost.

  16. Handelingen 20:13ca. 60 n.Chr.

    Maar wij, vooruit naar het schip gegaan zijnde, voeren af naar Assus, waar wij Paulus zouden innemen; want hij had het alzo bevolen, en hijzelf zou te voet gaan.

  17. Handelingen 20:14ca. 60 n.Chr.

    En als hij zich te Assus bij ons gevoegd had, namen wij hem in, en kwamen te Mitylene.

  18. Handelingen 20:15ca. 60 n.Chr.

    En van daar afgescheept zijnde, kwamen wij den volgenden dag tegen Chios over, en des anderen daags legden wij aan te Samos, en bleven te Trogyllion, en den dag daaraan kwamen wij te Milete.

  19. Handelingen 20:16ca. 60 n.Chr.

    Want Paulus had voorgenomen Efeze voorbij te varen, opdat hij niet den tijd in Azie zou verslijten; want hij spoedde zich, om (zo het hem mogelijk ware) op den pinksterdag te Jeruzalem te zijn.

  20. Handelingen 20:17ca. 60 n.Chr.

    Maar hij zond van Milete naar Efeze, en hij ontbood de ouderlingen der Gemeente.

  21. Handelingen 20:18ca. 60 n.Chr.

    En als zij tot hem gekomen waren, zeide hij tot hen: Gijlieden weet, van den eersten dag af, dat ik in Azie ben aangekomen, hoe ik bij u den gansen tijd geweest ben;

  22. Handelingen 20:19ca. 60 n.Chr.

    Dienende den Heere met alle ootmoedigheid, en vele tranen, en verzoekingen, die mij overkomen zijn door de lagen der Joden;

  23. Handelingen 20:20ca. 60 n.Chr.

    Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen;

  24. Handelingen 20:21ca. 60 n.Chr.

    Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus.

  25. Handelingen 20:22ca. 60 n.Chr.

    En nu ziet, ik, gebonden zijnde door den Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende, wat mij daar ontmoeten zal;