Naar de inhoud

circa 1900–1700 BC

Jacob, Joseph & Egypt

Jacob wrestles with God and becomes Israel; Joseph is sold into slavery yet rises to save the world from famine.

840 verzen · 1 boek behandeld

Verzen uit dit tijdvak

  1. Genesis 45:10ca. 1707 v.Chr.

    En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt.

  2. Genesis 45:11ca. 1707 v.Chr.

    En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt!

  3. Genesis 45:12ca. 1707 v.Chr.

    En ziet, uw ogen zien het, en de ogen van mijn broeder Benjamin, dat mijn mond tot u spreekt.

  4. Genesis 45:13ca. 1707 v.Chr.

    En boodschapt mijn vader al mijn heerlijkheid in Egypte, en alles wat gij gezien hebt; en haast u, en brengt mijn vader herwaarts af.

  5. Genesis 45:14ca. 1707 v.Chr.

    En hij viel aan den hals van Benjamin, zijn broeder, en weende; en Benjamin weende aan zijn hals.

  6. Genesis 45:15ca. 1707 v.Chr.

    En hij kuste al zijn broederen, en hij weende over hen; en daarna spraken zijn broeders met hem.

  7. Genesis 45:16ca. 1707 v.Chr.

    Als dit gerucht in het huis van Farao gehoord werd, dat men zeide: Jozefs broeders zijn gekomen! was het goed in de ogen van Farao, en in de ogen van zijn knechten.

  8. Genesis 45:17ca. 1707 v.Chr.

    En Farao zeide tot Jozef: Zeg tot uw broederen: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaan;

  9. Genesis 45:18ca. 1707 v.Chr.

    En neemt uw vader en uw huisgezinnen, en komt tot mij, en ik zal u het beste van Egypteland geven, en gij zult het vette dezes lands eten.

  10. Genesis 45:19ca. 1707 v.Chr.

    Gij zijt toch gelast: doet dit, neemt u uit Egypteland wagenen voor uw kinderkens, en voor uw vrouwen, en voert uw vader, en komt.

  11. Genesis 45:20ca. 1707 v.Chr.

    En uw oog verschone uw huisraad niet; want het beste van gans Egypteland, dat zal het uwe zijn.

  12. Genesis 45:21ca. 1707 v.Chr.

    En de zonen van Israel deden alzo. Zo gaf Jozef hun wagenen, naar Farao's bevel; ook gaf hij hun teerkost op den weg.

  13. Genesis 45:22ca. 1707 v.Chr.

    Hij gaf hun allen, iedereen, wisselklederen; maar Benjamin gaf hij driehonderd zilverlingen, en vijf wisselklederen.

  14. Genesis 45:23ca. 1707 v.Chr.

    En zijn vader desgelijks zond hij tien ezelen, dragende van het beste van Egypte, en tien ezelinnen, dragende koren, en brood, en spijze voor zijn vader op den weg.

  15. Genesis 45:24ca. 1707 v.Chr.

    En hij zond zijn broeders heen; en zij vertrokken; en hij zeide tot hen: Verstoort u niet op den weg.

  16. Genesis 45:25ca. 1707 v.Chr.

    En zij trokken op uit Egypte, en zij kwamen in het land Kanaan tot hun vader Jakob.

  17. Genesis 45:26ca. 1707 v.Chr.

    Toen boodschapten zij hem, zeggende: Jozef leeft nog, ja, ook is hij regeerder in gans Egypteland! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet.

  18. Genesis 45:27ca. 1707 v.Chr.

    Maar als zij tot hem gesproken hadden al de woorden van Jozef, die hij tot hen gesproken had, en dat hij de wagenen zag, die Jozef gezonden had om hem te voeren, zo werd de geest van Jakob hun vader, levendig.

  19. Genesis 45:28ca. 1707 v.Chr.

    En Israel zeide: Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!

  20. Genesis 46:1ca. 1706 v.Chr.

    En Israel verreisde met al wat hij had, en hij kwam te Ber-seba, en hij offerde offeranden aan den God van zijn vader Izak.

  21. Genesis 46:2ca. 1706 v.Chr.

    En God sprak tot Israel in gezichten des nachts, en zeide: Jakob, Jakob! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

  22. Genesis 46:3ca. 1706 v.Chr.

    En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten.

  23. Genesis 46:4ca. 1706 v.Chr.

    Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weder optrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.

  24. Genesis 46:5ca. 1706 v.Chr.

    Toen maakte zich Jakob op van Ber-seba; en de zonen van Israel voerden Jakob hun vader, en hun kinderen, en hun vrouwen, op de wagenen, die Farao gezonden had, om hem te voeren.

  25. Genesis 46:6ca. 1706 v.Chr.

    En zij namen hun vee, en hun have, die zij in het land Kanaan geworven hadden, en zij kwamen in Egypte, Jakob en al zijn zaad met hem;